maandag 10 oktober 2016

Voor 97%van de Nederlandse bedrijven is het internet gewoon één van de kanalen.

Het CBS trakteerde ons afgelopen week weer op cijfers. Niet zomaar cijfers want het CBS is een nieuwe weg ingeslagen en heeft bedrijven nu ingedeeld aan de hand van de informatie die ze op de website konden vinden. Niet zelf gekeken naar de bankafschriften natuurlijk maar een “big data analyse” aan de hand van “webcrawling” technieken. Klinkt nogal modieus en matig betrouwbaar maar zo komt het CBS tot de volgende inzichten.

“Nederland telt ruim 50 duizend bedrijven die voornamelijk via internet hun omzet behalen, zoals webshops, online diensten en internetgerelateerde ICT-bedrijven. Dat is 3 procent van de bedrijven in Nederland. De bedrijven die wèl van internet afhankelijk zijn voor hun bedrijfsvoering en inkomsten zijn in dit onderzoek gerekend tot de kern van de interneteconomie”.

Hoe het CBS afhankelijkheid definieert is onduidelijk net als het gewicht van het woordje voornamelijk. In beide gevallen is eigenlijk niet meer dan een slag in de lucht. Het woord voornamelijk duidt in deze context op meer dan 50% van de omzet. Of een bedrijf wel of niet afhankelijk is van een bepaalde omzet heeft alles te maken met het winstbestanddeel. Je kunt wel 80 procent van je omzet online behalen en toch afhankelijk zijn van de 20% omzet die je via je winkel of je vertegenwoordigers apparaat verkoopt.

Bedrijven zijn niet afhankelijk van een kanaal, ze maken minder of meer gebruik van een kanaal. Of je ervan afhankelijk bent heeft voornamelijk te maken met de flexibiliteit van bedrijfsvoering. Komen er nieuwe kanalen dan kan je daar gebruik van maken.

“De interneteconomie voorzag in 2015 in 345 duizend banen, zowel fulltime als parttime. Dat is 4,5 procent van het totaal aantal banen”. Voor het overgrote deel, meer dan 270.000 mensen van die 345.000 zijn afhankelijk van de verkoop van internet diensten. Interessant ook om te zien dat er meer mensen afhankelijk zijn van het internet als toeleverancier dan er mensen leven van de daadwerkelijke opbrengsten.

Het zijn de 345.000 mensen die de internetdroom in leven houden. De mensen die naar alle waarschijnlijkheid ook oververtegenwoordigd zijn op de sociale media en actief bijdragen aan de beeldvorming van het zo succesvolle internet via blogs. Het zijn mensen die hun hypotheek en hun brood betalen met het geld dat ze verdienen met het bouwen van apps en sites, met het schrijven en praten over zegeningen van het internet.

Het zijn de techno- optimisten die nog steeds grootse dingen van het internet verwachten. Verwachtingen die goeddeels zijn gebouwd op extrapolatie. Als je de techno-optimisten mag geloven dan winkelen we straks alleen nog maar on-line. Terwijl de huidige groei echt nog niet in die richting wijst. De percentages klinken aardig maar het absolute bestanddeel is nog steeds maar gering ten opzichte van het totaal.

Robert Gordon beschrijft de techno-optimisten in zijn boek The Rise and Fall of American Growth, Volgens Gordon waren riolering, de verbrandingsmotor, elektriciteit, telefoon en centrale verwarming veel belangrijker voor het opkrikken van de levensstandaard dan recente innovaties zoals het internet en mobiele telefoons. In tegenstelling tot de techno-optimisten voorspelt hij economische en technologische stagnatie, een situatie die veel meer lijkt op de huidige gang van zaken dan de rooskleurige toekomstbeelden. (FD)

Het CBS verzint zonder enige schroom dingen die niet bestaan, zoals het woord interneteconomie een verzinsel is, net als deeleconomie of de nieuwe economie, een veelgebruikte duiding begin jaren 2000. Marketingtaal die niet past bij een gezaghebbend instituut als het CBS. Er bestond ook niet zoiets als de telefooneconomie of de postordereconomie. Een kanaal is geen economie.

Die 50.000 bedrijven vormen 3% van het totaal aantal bedrijven samen zetten ze ca. 100 miljard euro om ongeveer 8% van het totaal. Dat klinkt mooi maar wat betekent die zo bewierookte interneteconomie en heeft het iets gedaan voor de totale economie. Tot nu toe nog geen klap. De afgelopen tien jaar zagen we de opkomst van de smartphone, Google, de sociale media en het online winkelen maar over het geheel staan we stil.

Sterker, per hoofd van de bevolking is het bbp nog altijd lager dan in 2008: 1,7% lager om precies te zijn (FD). Op zijn best zou je misschien wel heel voorzichtig kunnen concluderen dat alle internet hosanna niet meer is dan een kanaalverschuiving. Of je een jas, een vakantie of een verzekering nu verkoopt via het internet of via een ander kanaal je verkoopt nog steeds diezelfde jas, diezelfde verzekering en diezelfde vakantie. Het internet heeft ons van alles gebracht maar geen economische groei, geen welvaart, geen extra werkgelegenheid en geen voorspoed.

Het CBS komt dankzij hun big data analyses en webcrawl technieken aanzetten met zelf gefantaseerde website categorieën zoals 438.000 passieve en 68.000 actieve sites. “De meeste hiervan gebruiken hun website echter niet actief (bijvoorbeeld als verkoopkanaal) maar passief als informatievoorziening”. Wordt gewoon door het CBS opgeschreven. De onderzoeker had waarschijnlijk last van een koortsaanval toen hij dit formuleerde. Kan het CBS weten of ik naar aanleiding van de gelezen informatie een mail heb verzonden met een offerteaanvraag of dat ik de telefoon gepakt hebt om een bestelling te plaatsten. Het is eigenlijk klinkklare onzin wat het CBS schrijft.

Het CBS probeert iets te duiden maar glijdt alle kanten uit.

Hieruit blijkt dat het aantal webwinkels met 40 procent is toegenomen, van 23.005 in 2013 tot 32. 160 op 1 januari 2016". Dat getal klopte niet. Nu wordt geschreven, "zoals eerder gemeld komt de big data analyse op basis van andere definities voor 2015 uit op een aantal van 28 duizend webshops”


Je wijzigt dus een definitie en bent zomaar 4000 winkels kwijt. Best veel want in de afgelopen drie jaar groeide het aantal webwinkels dus bijna de helft minder dan eerder werd aangenomen. Dat zou ik nieuws noemen.

Ik ga niet roepen dat het internet onbelangrijk is maar voor techno-optimisten is alles wat met het internet te maken heeft bijkans heilig. Zo heilig dat ze blind zijn voor de werkelijkheid. Een werkelijkheid waarin het internet voor 97%van de Nederlandse bedrijven nog steeds niet meer is dan één van de kanalen. Een werkelijkheid waarin 95,5% van alle Nederlanders ergens werkt waar het internet geen dagelijks agendapunt is.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen