donderdag 20 april 2017

Meer dan de helft van de pure players is waarschijnlijk een hobbyproject

Veruit de meeste webwinkels in Nederland zijn eenmansbedrijven zo’n 94 procent. Bij slechts 1,1 procent van de online winkels werken meer dan vijf mensen. Voor fysieke winkels ligt het percentage eenmanszaken ergens rond de 45% Volgens het CBS waren er vorig jaar 32.160 pure players actief in Nederland. In 2015 waren er nog 29.250 webwinkels zonder vestiging, wat betekent dat het aantal pure players in een jaar tijd met bijna 10 procent is toegenomen.

Nu waren er de afgelopen jaren veel mensen de stap maakten om voor zichzelf te beginnen. De hoge werkloosheid en de mogelijkheid om misschien wel gemakkelijk wat bij te verdienen zullen daar ongetwijfeld een rol in hebben gespeeld. Een webshop beginnen kan ook al snel. Een inschrijving bij de KVK kost rond de 50 euro en je bent online inclusief een shop al voor tien euro per maand in business.

Geef je iets meer geld uit bijvoorbeeld via CCV dan heb je ook al direct spullen tot je beschikking die je kunt gaan verkopen. Voor die 50 euro heb je niet alleen de beschikking over voorraad maar is ook direct het complete logistieke proces geregeld. Dropshipping met een mooi woord. Een zakelijke starterrekening openen bijvoorbeeld bij de Rabobank is het eerste jaar gratis. De belastingdienst is verder behulpzaam bij het starten van een eenmanszaak met startersaftrek, MKB winst vrijstelling en een btw drempel. Leuker kunnen we eigenlijk het niet maken.

Heb je niets te doen dan begin je gewoon een winkel en dat gebeurt dan ook op grote schaal. Terwijl je niets meer bent dan een handelsagent wordt je door het CBS al direct een pure player genoemd. De anatomie van zo’n pure player is dan ook niet ingewikkeld te ontleden. Een laptop, een zolderkamer, 650 euro en je bent in business. Iedereen kent in de familie en vriendenkring wel iemand met een online winkel en in de meeste gevallen heb je er ook iets gekocht. Daar zijn we immers vrienden voor. 


Vergelijk het op zijn best met een tupperware party je nodigt wat vrienden uit en je zet al direct iets om. Mislukt je winkel dan is er nauwelijks schade je kunt op elk willekeurig moment toetreden en uittreden. Webwinkels gaan ook niet failliet die worden  gewoon opgeheven bij gebrek aan baten. De helft van startende winkels wordt binnen jaar opgeheven en dat zijn vooral webshops. Met name webwinkels gespecialiseerd in kleding en modeartikelen, het belangrijkste aandeel, zijn volgens de ING binnen een jaar offline. 

Tot zover allemaal prima, anders wordt het wanneer het CBS, branche organisaties en verdwaalde online retail goeroes deze ontwikkeling in een context plaatsen. Wanneer het CBS schrijft dat er een afname is van het aantal fysieke winkels maar dat die ontwikkeling wordt gecompenseerd door de snelle groei van het aantal pure players moeten er alarmbellen gaan rinkelen.

Winkels moeten zich aan wetten en regels houden. Artikel 2 van de winkelwet bijvoorbeeld. Het is verboden een winkel voor het publiek geopend te hebben: a. op zondag; b. op Nieuwjaarsdag, op Goede Vrijdag na 19 uur, op tweede Paasdag, op Hemelvaartsdag, op tweede Pinksterdag, op 24 december na 19 uur, op eerste en tweede Kerstdag en op 4 mei na 19 uur; c. op werkdagen voor 6 uur en na 22 uur. Regels die afwijken van wat online gangbaar is.

Fysieke winkels betalen belasting. Zoals precariobelasting. Voor een simpel reclamebord of een luifel moeten winkeliers soms al honderden euro's per jaar afdragen aan de gemeente, genoemde heffingen komen nog eens bovenop de onroerendezaakbelasting (ozb) die winkeliers moeten afdragen. Winkeliers moeten hun spullen verzekeren en in voorkomende gevallen vergunningen hebben die online veelal niet spelen. Je mag echt niet zomaar ergens een winkel beginnen.

Een fysieke winkel vergt een substantiële investering. Heb je een winkel dan koop je een pand of betaal je huur. De gemiddelde winkel vierkante meter prijs in Nederland is nu ongeveer 140 euro. Wil je meters huren op een aardige locatie dan moet je al snel voor enkele jaren de verplichting aan gaan om die meters te mogen huren. 


Negen van de tien keer heb je voor het starten van een fysieke winkel financiële armslag nodig niet zelden kom je dan bij een bank uit. De afgelopen acht jaar kwam je met een vraag voor het financieren van een winkel bij een bank niet eens voorbij het informatieloket. Als je winkel een mislukking is ben je een aardige berg geld kwijt. Niet alleen toetreding is kostbaar ook uittreding is een serieus punt van aandacht.

Nieuwe tijden vragen om een nieuwe duiding.

Mensen hebben behoefte om zaken met elkaar te vergelijken. Als je iets verkoopt ben je al snel een winkel. Niets is minder waar. Er zijn tal van verkoop activiteiten die alles hebben van een winkel maar toch niet geduid worden als winkel. 

Benzinestations bijvoorbeeld, in Nederland staan er meer dan 4000 je kunt er van alles kopen toch zijn het geen volgens het CBS tankstations, geen winkels. Bol.com wordt steevast aangewezen als online winkel terwijl bol.com echt meer overeenkomsten vertoont met een handelsplatform zoals Marktplaats. Toch noemen we Marktplaats geen winkel.

Dankzij blurring kun je tegenwoordig overal spullen kopen bij de kapper en tal van horecazaken toch noemen we dat geen winkels. Marktkramen, ambulante handel allemaal geen winkels. De postorder bedrijven die in hun hoogtijdagen meer dan vijf procent van de detailhandel verkopen voor hun rekening namen werden verzendhuizen genoemd. Geen winkels.

Als je echt iets wilt vergelijken moet je misschien nog eens wat scherper kijken. De meeste pure players zijn mede dankzij de lage toetreding mogelijkheden defacto niet meer dan part time hobby postorder projecten. Niet meer dan computeradressen, verkoopportalen zonder inventaris, zonder personeel, zonder precariobelasting. 

Postorderbedrijven die vanaf een zolderkamer ongehinderd door regels of vestingvergunningen kunnen opereren. Verzendhuizen die niet gehinderd door toetredingsdrempels, openingstijdenwetgeving en gemeentelijke bureaucratie hun gang kunnen gaan. Als je kijkt naar de definitie van een postorder bedrijf heb je misschien wel iets van herkenning.

“Postorder is een term die gebruikt wordt voor het op afstand kopen van goederen die vervolgens per post of koerier worden afgeleverd. Er zijn verschillende manieren om de bestelling door te geven: op een formulier per post, fax of e-mail, of bijvoorbeeld per telefoon”

Fysieke winkels hebben wel last van de online winkels die op de een of andere merkwaardige manier lijken te ontsnappen aan bureaucratische gemeentelijke regelgeving. Omdat je online zomaar kunt beginnen tegen veel lagere kosten kun je genoegen nemen met lagere marges waardoor je wel degelijk concurreert met fysieke winkels. 

Des te opmerkelijker is het dat online pure player initiatieven waar echt geld wordt verdiend eerder uitzondering dan regel zijn. Terwijl de toetredingskosten lager zijn wordt er buiten de bekendere niche spelers amper iets verdiend. Ik schreef al eerder een artikel over dit merkwaardige fenomeen “11 miljard online retailomzet, resultaat per saldo waarschijnlijk nul”.

Nu is er niets mis met gemakkelijk beginnen laat ik daar helder over zijn, het ondernemerschap is prachtig en elke online eenmanszaak kan ook uitgroeien tot een wereldconcern. Nederland kent meer dan een miljoen eenmanszaken een hoeveelheid die van economisch belang is en waarmee je rekening moet houden. 

Maar als je iets met elkaar wilt vergelijken, zoals je overal leest en hoort, moet je misschien wel uitgaan van een level playing field. Dat is online en offline nu zeker niet het geval. Het zijn gewoon verschillende grootheden. Appels en Peren.

Om fysieke winkeliers in te wrijven dat online winkels beter naar hun klant luisteren of slimmer innoveren is alleen al daarom onzinnig. Net zo onzinnig als een willekeurige zolderartiest met een laptop te vergelijken met een winkel die moet voldoen aan alle wet- en regelgeving.

Als je ook maar iets beter kijkt dan zie je dat het met name de traditionele postorderbedrijven zijn weggevaagd door het internet. Het aandeel dat postorderaars hadden op hun hoogtepunt ca. vijf procent komt dicht bij het huidige aandeel van de online winkels. De grote extra online groei komt niet voor rekening van goederen het zijn de diensten, zoals muziek, reizen, tickets en de financiële dienstverlening die online succesvol zijn.

Het vergelijken van online winkels met fysieke winkels is een denkfout. Het zijn gewoon verschillende categorieën. Organisaties als thuiswinkel die zich in afzetten tegen de fysieke winkel maken handig gebruik van die misduiding. De boodschap wij, online winkels, groeien wel en fysieke winkels niet, trekt leden. 

Het internet zorgt voor nieuwe mogelijkheden en nieuwe concepten waar de consument uiteindelijk van profiteert. Er wordt geprobeerd nieuwe ontwikkelingen te duiden met oude begrippen dat werkt niet. Nieuwe ontwikkelingen vragen nadrukkelijk om nieuwe duidingen.

Bronnen Winkeltijdenwet, Thuiswinkel.org, CBS NRC


Als je tot hier hebt gelezen ben je vast ook geïnteresseerd in deze artikelen.

Geen opmerkingen :

Een reactie plaatsen