Posts tonen met het label Innovatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Innovatie. Alle posts tonen

maandag 4 januari 2016

Het omvallen van V&D en Macintosh is misschien wel geen goed nieuws voor online retailers.(1)

Vanmorgen werden we wakker met het nieuws dat V&D op omvallen staat. Vreselijk nieuws voor de medewerkers. 

Het kwam bovenop het nieuws dat retailgroep Macintosh, het moederbedrijf van ondermeer Scapino, Dolcis, Invito en Manfield, aan de afgrond staat. De eerste reflex van de digitale kerk is “zie je wel, online shoppen is de toekomst". De tweede reflex zou kunnen zijn dat V&D al jaren geleden gesloopt werd toen durfinvesteerder KKR het onroerend goed afsplitste. KKR kreeg de *hoofdprijs voor het vastgoed van de combinatie IEF capital / Bouwfonds gebaseerd op langlopende huurcontracten die naar verluid nogal wat hoger lagen dan reëel zou kunnen worden genoemd. KKR verkocht daarna de goedlopende ketens uit de groep en stak tussen 5 en 7,5 miljard euro winst in haar zak stak. 

De bloedeloze rest werd voor 70 miljoen euro aan Sun Capital verkocht. De retailer, inmiddels niet meer dan een opgewarmd lijk, achterlatend met een rotte balans, torenhoge huurprijzen en een berg schulden. Schulden die toen al zo hoog waren dat er onvoldoende geld overbleef voor de in de retail zo broodnodige vernieuwing. De derde reflex zou kunnen zijn dat het vrijkomen van zoveel meters gaat zorgen voor extra druk op de vierkante meterprijs in de binnenstad.

Deskundigen rollen over elkaar heen om vooral de kracht van het internet te prijzen over gemiste boten en oh ja de beleving en inspiratie van de stad dat zijn code woorden geworden. Ik schreef hier al eerder een artikel over met de kop "Retailers hebben er niets van begrepen of hebben we een beetje boter op het hoofd"? 


Dat innoveren lijkt me niet zo makkelijk voor winkeliers die huurcontracten hebben die soms wel tien of wel twintig jaar lopen. Veel retailers zouden moeiteloos de crisis hebben overleefd wanneer ze hun vaste kosten flexibel hadden kunnen inrichten. Dan hebben we het nog niet eens over de vaste kosten van medewerkers die soms al tien of twintig jaar op de loonlijst staan.

Wanneer huurprijzen vandaag geactualiseerd zouden worden naar de reële waarde, pakken in veel gevallen de vaste kosten tot wel dertig procent lager uit en misschien is dat nog wel te hoog.

Eerlijk gezegd denk ik dat veel web-initiatieven het loodje zouden leggen omdat ze daar niet tegen kunnen concurreren. Huurprijzen van A1 locaties zijn gebaseerd op winkeltraffic, potentieel koperspubliek. Een stuk van de marketing kosten zit als het ware verrekend in die huurprijs. 


Als dat koperspubliek wegblijft moeten de prijzen worden aangepast zodat retailers budget kunnen creëren voor marketing die wel klanten trekt. Te hoge huurprijzen zorgen voor te hoge productprijzen in de winkel waardoor retailers met moeite kopers kunnen aantrekken. Betalen voor A1 locaties op basis van het huidige koopgedrag is als adverteren in een krant die nooit door de brievenbus van een klant wordt geduwd. Dan laat ik alle merkwaardige gemeentelijke heffingen en belastingen zoals bijvoorbeeld de precariobelasting waar winkeliers mee te maken hebben nog even buiten beschouwing. 

Als er geen kopers komen is een A1 locatie in de stad net zo waardeloos als een locatie op een verlaten industrieterrein en dat moet je terug zien in de huurprijs. Veel panden op A1 locaties in steden staan bovendien leeg omdat de vroegere eigenaren ze al volledig afbetaald hebben. Vaak wonen ze er nog boven of zitten ze op een zonnig eiland genietend van hun pensioen. Zo’n pand zit ze gewoon niet meer in de weg en de eigenaren wachten op betere tijden of anders gezegd betere huurprijzen. 

Het omvallen van V&D en Macintosh creëert misschien wel de gewenste extra duw om de huurprijzen nu definitief naar beneden bij te stellen. Dat maakt winkels direct een stuk competitiever.

Vastgoedondernemers kunnen in voorkomende gevallen domweg geen lagere huurprijzen accepteren.

Een lagere huurprijs betekent een lagere taxatiewaarde van het onroerend goed. Een lagere taxatiewaarde kan er in resulteren dat de eigenaar vermogen moeten aanzuiveren. Simpel gezegd de bank kan eisen dat er geld wordt bijgestort omdat er nu totaal andere verhoudingen van eigen vermogen versus schuld worden geëist dan pak hem beet zes jaar geleden. 


Een tijdje leegstand accepteren en wachten op een betere prijs lijkt dan voor alle partijen een betere oplossing. Een duivelse spagaat ook voor de vastgoedeigenaren. Natuurlijk zijn er ook aardig wat vastgoedbedrijven die het loodje hebben gelegd, dat veroorzaakt dan weer leegstand die dan goedkoop wordt weggezet. Dat kan er in resulteren dat een nieuwkomer zoals het bejubelde Action bijvoorbeeld de helft van de vierkante meter prijs van zijn directe buurman betaalt. 

Slim ondernemerschap lees ik dan. Ondertussen zorgen de gaten in de winkelstraten voor een onaantrekkelijk winkelbeeld en duwen stadsbestuurders bezoekers met krankzinnige parkeertarieven de stad uit richting de online shop. Voor een dagje parkeren in Amsterdam betaal je inmiddels net zoveel als twintig artikelen bij Zalando.

We steken de loftrompet over de nieuwkomers.

Die nieuwkomers zijn veelal tech bedrijven uit Amerika die wel over alle flexibiliteit beschikken waar het gaat om het arbeidsrecht en daarbij ook nog eens afgestudeerd zijn in de kunst van het belasting ontwijken. Hoewel er miljarden worden omgezet begint bijvoorbeeld online retailer Amazon pas de laatste jaren mondjesmaat belasting te betalen. Geen level playing field. 


Daar kun je moeilijk tegen concurreren. Goed beschouwd willen we dat Nederlandse bedrijven snel schakelen en innoveren en kijken we met liefde en bewondering naar de disruptieve modellen van overzee. Zodra het over de aantasting gaat van onze sociale verworvenheden zijn we echter minder flexibel en beroepen we ons op het arbeidsrecht dat stamt uit 1945. Dat gaat niet samen.

Als je tot hier gelezen hebt vind je deze artikelen misschien ook wel interessant;

-(2) De ondergang van V&D, Macintosh en DA heeft misschien wel niets met het internet te maken.
-V&D, DA en Macintosh. Het eindspel (3)
-Voor de retailer is consumentenvertrouwen belangrijker dan het internet.

Waarom betaalde de combinatie IEFcapital / Bouwfonds de hoofdprijs voor de V&D panden?


* KKR betaalde ca. 1.4 miljard voor Vendex KBB dat op dat moment goed was voor een omzet van ca. 4 miljard. De eerste actie van KKR was het afsplitsen van het onroerend goed dat tot op dat moment nog in eigendom was van Vendex KBB. Tussen 2005 en 2010 werd vervolgens het oude Vendex KBB, dat in 2006 werd omgedoopt in Maxeda, door de nieuwe eigenaren vakkundig ontmanteld. Maxeda ving in 2010 slechts 70 miljoen euro van investeerder Sun Capital voor V&D dat op dat moment goed was voor een omzet van 648 miljoen met 62 winkels. Sun Capital betaalde waarschijnlijk slechts 70 miljoen omdat V&D ook toen al verlieslatend was maar waarschijnlijk nog meer in ruil voor de huurgaranties die werden overgenomen van KKR. Goed beschouwd had KKR V&D wel voor niets van de hand kunnen doen aan Sun Capital in ruil voor die garanties. 

De waarde van een winkelpand wordt op hoofdlijn bepaald door vier factoren. De locatie, de hoogte van de huur, de looptijd van het huurcontract en de kwaliteit van de huurder. De formule die daarna volgt is grofweg de huur maal een aantal jaren. V&D is gevestigd op de duurste A1 locaties. KKR ving waarschijnlijk tussen de 10 en 20 keer de huur voor al het vastgoed van IEF Capital / Bouwfonds in ruil voor huurgaranties. KKR kon die huurprijs zelf vaststellen op basis van de cashflow van V&D. Het is daarom niet onaannemelijk dat die prijs aan de hoge kant zal zijn geweest om de opbrengst te maximaliseren en daarom een blok aan het been van V&D. Goed beschouwd was de overname van de huurgarantie door Sun Capital waarschijnlijk een verlossing voor KKR en simpelweg een onderdeel van de koopprijs van V&D.










woensdag 4 november 2015

Het is wel de old school marketing die zorgde voor de massieve marges van merken.

Nespresso, making money, what else
We zijn in een decennium beland waarin reclame maken iets van vroeger is geworden. De hoeveelheid mensen die nog in de reclame industrie werken in Nederland is gedecimeerd. Creatieve teams van copywriters en art directors die communicatie concepten ontwikkelden die soms een leven lang meegingen zijn uit de gratie geraakt. Iedereen schrijft tegenwoordig teksten en stockfoto’s waren nooit populairder dan nu. Er heeft een verschuiving plaats gevonden van offline naar online. TV is dood, radio is dood en print is dood. De mobiele revolutie heeft ervoor gezorgd dat alle beproefde communicatie kanalen die in de afgelopen honderd jaar zorgden voor gegarandeerde marketing successen dood zijn verklaard. 

Er zijn nieuwe ideeën ontwikkeld en er zijn nieuwe marketing helden opgestaan. Het gaat vooral om authentieke verhalen, om het delen van relevante content, storytelling en het mobiliseren van medewerkers op de social media. Het marketingjargon is verrijkt met termen als engagement, likes, luisteren en conversaties. Online marketeers hebben zich vereenzelvigd me het medium waarop ze dagelijks actief zijn. Een van de redenen dat online marketing vooral voor online marketeers erg belangrijk is geworden. De balans is zoek. Als je nu durft te zeggen dat gewoon zenden misschien zo gek nog niet is ben je al snel een dinosaurus die de tijd niet aanvoelt. 

In het kielzog van de verschuiving van offline naar online ontstonden ook de we-doen-het-zelf communicatie afdelingen. Een beweging die vragen oproept. Is een medewerker wel in staat om elke week, maand of jaar iets nieuws te verzinnen, iets dat een zinnige bijdrage levert aan de opbouw van het merk? Mag je dat eigenlijk wel van medewerkers verwachten? Wat gebeurt er met je contentstrategie als die zelfopgeleide leuk bloggende medewerkers bij de concurrent aan de slag gaan. Staat het in de toekomst in het functie profiel van iedere medewerker, moet leuk kunnen twitteren? Een goed gelezen blog strekt tot aanbeveling? Ik begrijp best dat een contentstrategie meer behelst dan een goed twitterende marketing medewerker maar er is wel voor een pad gekozen waarvan we niet weten waar het naartoe leidt. We weten het gewoon niet. Er is eenvoudigweg nog geen langjarige ervaring met deze aanpak. Laten we eerlijk zijn we weten nog niet eens of deze aanpak echt financiële resultaten oplevert. Vooralsnog oogsten we vandaag online voornamelijk dankzij offline investeringen uit het verleden.

De toegevoegde waarde van het traditioneel bouwen van merken is evident. De tools die daar voor worden ingezet zijn bekend en beproefd en hebben voor succes gezorgd. Radio, televisie, dagbladen, special interest magazines, billboards ach je kent het wel folders, advertenties, instore en outdoor. Ouderwets in de ogen van menig online marketeer. Bekendheid, voorkeur, koopintentie allemaal aardig meetbaar maar niet meer van deze tijd. Je kunt een prospect gewoon bellen en vragen of hij iets van je wil kopen. Maar nee cold calling is echt iets van vroeger. Het zijn concepten en methodieken die vandaag de dag lachend als old school worden afgewezen. 


Old school marketing zorgde voor de marges.


De toegevoegde waarde gerealiseerd door old school marketing is helder en meetbaar. Resultaten die zich vertalen in de bottom line voor merken als Nike, Hennes & Maurits, Apple, Heineken, Gucci, Red Bull, Gilette, Chanel, Microsoft, Coca Cola, Mercedes, Unox, Dove, Centraal beheer, Absolut Wodka, Zwitserleven en Nespresso een lijst die eindeloos is en kan worden aangevuld met honderden internationale, nationale en lokale merken. Merken gebouwd met traditionele marketing oplossingen, ondernemingen waar tot op de dag van vandaag heel serieus geld wordt verdiend. Geld dat nu dan wordt ingezet om de online dromen waar te maken.


Niet alleen fast consumers bouwden er hun merken mee ook b to b georiënteerde ondernemingen als Intel, IBM, Philips enfin ik zal je nogmaals zo’n opsomming besparen maar ze bouwden er hun business mee. Op de lijst met succesvolle merken die werden gebouwd op online branding, engagement, likes, conversaties, banners, blogs, storytelling en branded journalism zit ik al jaren te wachten. Buiten de online advertentie bedrijven als Facebook, Google en Twitter die samen goed zijn voor vijftig procent van de hele online advertising markt is de lijst met pure online branding successen kort. Alibaba en eBay zijn misschien aardige voorbeelden.


Misschien wel negentig procent van alle ondernemingen ter wereld en waarschijnlijk meer zijn doodgewone bedrijven die er helemaal niets aan hebben om zich te spiegelen aan dat soort bedrijven. Toch is dat gebeurd. De afgelopen jaren is ingezet op nieuwe online georiënteerde ideeën. Wat klein begon groeide uit tot hele afdelingen waar inmiddels geluisterd wordt, waar gehengeld wordt naar likes en waar hele teams van medewerkers worden meegenomen in de mogelijkheden van contentmarketing van banners, Google marketing, bloggen, Linkedin, Facebook en Twitter. De kosten daarvan zijn de afgelopen jaren gestaag opgelopen en inmiddels zo hoog geworden dat ze niet langer meer onder de radar van directies kunnen blijven.


Het moment dat de balans wordt opgemaakt komt dichterbij.


Voorlopig genieten alle nieuwe kanalen en ideeën het voordeel van de twijfel. We weten het immers nog steeds niet zeker. Maar er komt een dag en dat zal eerder zijn dan we denken dat de directie of aandeelhouders de vraag stellen wat het allemaal echt oplevert dat luisteren en engagen. Die de vraag stellen wat de netto bijdrage is van al die online inspanningen. Wat het effect is op de bottom line. Op dat moment kun je maar beter de cijfers paraat hebben anders heet iedere contentbaas straks weer gewoon reclamechef. 


vrijdag 30 oktober 2015

Als je alles onder controle hebt ga je niet snel genoeg.

Wel of niet inhalen?
Ergens is een moment geweest waarop de boel is ontspoord. Misschien wel onder invloed van de schijnbaar onbeperkte mogelijkheden van het internet, of nog meer dankzij de mogelijkheden van communicatie technologie in het algemeen. In de zoektocht naar disruptie is de lat zo hoog komen te liggen dat je er alleen nog onderdoor kunt lopen. Op het internet circuleren steeds meer cases van bedrijven die buiten het bereik liggen van vrijwel elke onderneming. Marketeers wordt gevraagd om sneller te gaan dan de rompsnelheid van de onderneming. Hoeveel procent groei of klantbehoud is eigenlijk realistisch? Haalbare doelen zijn misschien wel wat suf geworden. Als je alles onder controle hebt ga je toch gewoon niet snel genoeg.

Haalbare doelen brengen je al snel naar de return on investment vraag. Waarom is het toch zo moeilijk om daar concreet over te worden? Waarom is het zo onduidelijk wat de bijdrage is van content marketing of storytelling? Hoe kan het toch zijn dat de marketing-kolommen bol staan over het vermeende effect advertentieblokkers of het wel of niet aanwezige rendement van banners? Nu wil ik me niet verliezen in academische definitie verhandelingen en ik begrijp dat het voor Apple, Samsung of Heineken niet eenvoudig is om exact tot achter de komma uit te rekenen of de miljarden investeringen in marketing communicatie wel voldoende renderen. 
Hoe je het ook draait of keert het blijft investeren. Je stopt ergens geld in en dat moet eruit. Tornen aan definities zodat je uiteindelijk helemaal niet meer weet waar je het over hebt is een onderdeel geworden van marketingmistificatie. Er zijn voldoende meet instrumenten. Je kunt meten wat een merkenbouw-campagne doet met bekendheid, voorkeur of koopintentie, als je leads genereert kun je ook gewoon tellen. De bijdrage op de bottom-line van geconverteerde leads is zo helder als glas. 

Als je geld uitgeeft zonder dat je resultaten kunt meten zit je misschien wel op een verkeerd spoor en als er geen instrumenten zijn om resultaten of effect te meten dan is het misschien wel gewoon een no-go. Als je niet kunt meten kun je niet weten of een actie effect heeft. Elke alternatieve uitleg van een vermeend effect is dan een gevoelskwestie. Je tast gewoon in het duister. 


Je zit met je gezin in de auto en wordt gevraagd om in te halen terwijl het potdicht zit van de mist. Wat doe je dan? Zo eenvoudig kan het antwoord ook zijn. De resultaatvraag wordt vaak doorgeschoven naar het internet-, media- of reclamebureau, de freelance storyteller of het contentmarketingbureau. Creatieve jongens die niet precies weten wat ze doen is de frame. De helft van het budget is weggegooid we weten alleen niet welke helft is een gevleugelde kreet geworden. Onzin natuurlijk, alsof er bij deze partijen geen interesse zou bestaan voor het meten van effecten. Elk bedrijf in de marketing keten is geïnteresseerd in resultaat. 

Nog niet zolang geleden circuleerde de vraag van content specialist Suzanne de Bakker op het internet of bedrijven mislukte contentcases wilden delen. “Voor blogpost zoek ik merken die teleurgesteld zijn in hun contentmarketingstrategie” schreef ze op Twitter. Haar mailbox bleef aardig leeg zo las ik later. In perspectief denk ik dat vraag wellicht had moeten zijn "hoeveel procent van het marketingbudget wordt beschikbaar gesteld voor effectmeeting?" Eerlijk gezegd denk ik dat het dan ook oorverdovend stil was gebleven. Het antwoord op die vraag is waarschijnlijk ontluisterend, weinig tot niets. Als je geen succes kunt meten weet je ook niet of een campagne een failure is.

Meten kost geld, geld dat domweg niet beschikbaar wordt gesteld. Het waarom houdt mij al heel lang bezig. Verder dan speculatie over het antwoord ben ik nooit gekomen. Meten gaat ten koste van het budget dus wordt het vaak als eerste geschrapt. Ik generaliseer dat weet ik. Er zijn ondernemingen waar effectmeeting centraal staat. Bedrijven als Procter & Gamble en Unilever hebben of moet ik misschien wel zeggen hadden op dat gebied een reputatie hoog te houden. Toch is effectmeeting niet main stream. Misschien heeft het wel iets te maken met het stellen van haalbare doelen. Als we op zoek gaan naar haalbare doelen wordt het meten van effecten misschien wel een stuk prettiger. Het is maar een idee.

donderdag 26 maart 2015

Commercieel geproduceerde content is niets anders dan een reclameboodschap in een stealth-mode

Elke vorm van informatie die verstrekt wordt door een commerciële afzender heeft als primair doel de houding van de lezer ten aanzien van de afzender te beïnvloeden. Content geproduceerd door commerciële partijen is niets anders dan een reclameboodschap in een stealth-mode en er bestaat een kans dat Google dat in de toekomst ook zo gaat zien. Wanneer de houding van de consument ten aanzien van commercieel geproduceerde content verandert is een aanpassing van deze marketingtactiek niet eenvoudig door te voeren. Content strategieën gericht op het verschaffen van waardevolle informatie voor klanten zijn “in the end” gericht op het manipuleren van zoekresultaten en daarom al per definitie minder objectief.

Dat er voor social business, contentmarketing, storytelling, twitteren, bloggen en vloggen een rol is weggelegd spreekt vanzelf. Net als het manipuleren van zoekresultaten, het kopen van banners en adwords passen deze tactieken in het wapenarsenaal van de hedendaagse on-line marketeer. De marketingroutes die je kunt afleggen voor het bedrijf waar je werkt of je opdrachtgever zijn net zo divers als er wegen zijn op een landkaart. Als er gekozen wordt voor contentmarketing als belangrijkste route en het werkt dan is dat natuurlijk prima. Elke strategie kent immers zijn plussen en minnen. De zaak verandert wanneer marketeers vinden dat hun marketingmedicijn het enige is met werkzame bestanddelen en het propageren als een weg die iedereen zou moeten volgen. Dan verandert er meer en dat is juist met contentmarketing het geval. Het welslagen van deze strategie is immers gebaseerd op het manipuleren of vriendelijker geformuleerd het beïnvloeden van Google.

Content marketeers voeren steeds weer als kernpunt aan dat contentmarketing geen vorm van interruptiemarketing zou zijn en juist daarom zo goed werkt. De consument zou zelf op zoek zijn naar de juiste informatie en dan per toeval die juiste informatie zomaar aangeboden krijgen via Google. Onzin, die informatie staat op die plek in de resultaten van Google omdat de tekst van artikelen zo wordt gemanipuleerd dat de algoritmes van Google er blij van worden. Die tekst, video of welke contentvorm dan ook is zorgvuldig geconstrueerd om zijn werk te doen. Zulke content is echt niet anders dan een toevallige advertentie van Unox naast een rookworst recept in de Allerhande.

Marketeers zijn geen onafhankelijke journalisten, marketeers geven sturing aan een commercieel proces gedreven door targets. Contentmarketeers hebben het domein "content" geclaimd en ruziën nu met elkaar wat wel en wat nu niet content is. Zo bestaat er inmiddels authentieke content, waardevolle content, slechte en goede content. Content is gewoon inhoud, punt, de rest is make believe. Bij een overload aan gestuurde “objectieve” content kan de consument zich afkeren van bedrijven die zich op deze manier een weg naar een goede positie bij Google hebben geëlleboogd. Google heeft in het verleden meerdere malen laten zien hoe ze omgaan met schijnbaar authentieke content. Er werd rigoureus een streep door gezet.

Dat Google daarbij een volstrekt onbetrouwbare partij is om een lange termijn relatie mee aan te gaan lijkt contentmarketeers minder te deren. Google staat bekend als een bedrijf dat rigoureus de regels verandert als haar verdienmodel wordt aangetast. Content die vandaag nog door Google wordt aangemerkt als authentiek en informatief en daarom goed scoort kan over een maand aangemerkt worden als commercieel en daarmee verdwijnen uit de zoekresultaten. Ik ken bedrijven van wie hun business dankzij Google overnight in de vernieling ging omdat Google zijn algoritme aanpaste. Iets dat Google ongeveer 600 keer per jaar doet. Om de marketing communicatie strategie van je bedrijf te bouwen op zoekresultaten van Google betekent een serieus risico.

vrijdag 28 november 2014

Webshops hebben nog steeds geen werkend verdienmodel.

Webshops hebben nog steeds geen werkend verdienmodel.
Ik moest het even laten bezinken. Gister las ik een artikel in Emerce waarin werd gesteld dat de grote webshops interesse zouden tonen om hun platform open te stellen voor externe adverteerders. Die zouden op hun beurt weer interesse hebben in de grote bezoekersaantallen. Het stond er zo; Grote webwinkels beginnen een nieuwe inkomstenbron te zien: reclame van derde partijen op hun sites. Otto, MediaMarkt, Saturn en Ahold behoren tot de partijen die de eerste stappen op dit terrein zetten. Mijn eerste gedachte was dat ze knettergek aan het worden zijn en eerlijk gezegd mijn tweede en derde ook. Dat webshops een beroerd verdienmodel hebben had ik al eerder geroepen. Er wordt niet of nauwelijks geld verdiend door webshop eigenaren.

Het internet is een handelsplaats geworden waarin alleen nog geconcurreerd wordt op prijs. Elk ander technologisch voordeel wordt door de concurrentie moeiteloos gekopieerd. Het is juist die prijs die door de koopjesjagende consument voortdurend wordt vergeleken met andere prijzen waardoor elke mogelijkheid om een fatsoenlijke marge te maken verdampt. De opkomst van mobile, dat inmiddels de desktop heeft ingehaald, maakt het er niet beter op. Mobile shoppen is een bagger beleving. Er is niet of nauwelijks sprake van klantloyaliteit waardoor je voortdurend immense marketing budgetten moet blijven rondpompen om ervoor te zorgen dat mensen steeds maar weer opnieuw naar jouw website komen. Werken aan klantloyaliteit is ook niet direct een goed antwoord omdat het ten koste zal gaan van de marge. 


De grote shops moeten bovendien voortdurend investeren in de steeds veranderende technologische infrastructuur. Een onhaalbare kaart. Dat er nu al veel online geshopt wordt betekent helemaal niets. Iedereen is op zoek naar koopjes en die koopjes waren de afgelopen zeven jaar natuurlijk ook nog eens meer dan welkom. De grote webshops werken nog steeds onder kostprijs en van de kleine webwinkeliers heeft een derde nog nooit winst gemaakt. De rest slaagt er zelfs na een paar jaar hard werken niet of nauwelijks in om een modaal inkomen te genereren. Als Albert Heijn al zijn producten in de winkel onder de kostprijs gaat aanbieden dan winnen ze het ook een maand van de Lidl daarna kunnen ze de winkel wegens aanhoudende verliezen wel sluiten. Online lijken die aanhoudende verliezen vooralsnog geen probleem.

Webshops vliegen alle kanten uit met hun beleid. De gedachte heeft kennelijk post gevat dat wanneer mensen maar eenmaal op je website zijn je alles kunt verkopen. Van e-readers tot hotelboekingen van broodroosters tot boeken een moderne winkel van Sinkel. Marketeers vliegen op hun beurt achter elke nieuwe mogelijkheid aan om online geld te verdienen. Het webshopplatform openstellen voor externe adverteerders is daarvan weer een nieuw sterk staaltje. In termen van investeringen ben je nergens meer mee bezig. Je stopt zakken geld in website traffic en hoopt iets terug te verdienen met advertenties. Onzin natuurlijk. 


De huidige webverkopen kannibaliseren de bestaande winkelverkopen omdat er onder de kostprijs marktaandeel wordt gekocht. Welke theorie daarachter schuil gaat is niet helemaal duidelijk want zonder klant loyaliteit betekent marktaandeel immers niets. Wehkamp staat al twee jaar in de etalage, Zalando en Amazon rapporteren verlies en ook bij Bol.com moet er geld achteraan om de markt bij te benen. Amazon werkt met werkelijk flinterdunne marges die ook nog eens teruglopen. De mare wil dat wanneer Amazon geld wil verdienen met hun webshop activiteit ze eenvoudigweg de marges omhoog moeten schroeven. Maar blijven klanten Amazon dan trouw? Coolbleu zou een uitzondering kunnen zijn maar daar zijn geen winstcijfers van beschikbaar. Met omzetcijfers wordt wel gestrooid. Omzetgroei doet het heel goed in de online-pers die wordt gedomineerd door believers. De pers lijkt nog steeds niet geïnteresseerd te zijn in echte resultaten en leeft nog in het tijdperk van voor de financiële crisis. Niets geleerd. Omzetgroei is een soort fetish. Gewoon een net rendement maken op geïnvesteerd vermogen is net als in de internetjaren rond 2000 geen issue. Waar normale winkelketens allang het loodje hadden gelegd staan achter al deze partijen internetgelovers met hele diepe zakken wederom te wachten op een gunstige exit. 

Het huidige webshopmodel is misschien wel zo dood als een pier maar dat is vloeken in de internetkerk, zoveel is mij wel duidelijk. Het is eigenlijk verbazingwekkend hoe lang de internetkerk geloof blijft houden in een goede afloop. Verlies maken blijft in de ogen van velen de opmaat naar eeuwige roem zo lijkt het. Wanneer stenen winkels omvallen door een gebrek aan winstgevendheid wordt al snel gesproken van mismanagement en het mislopen van de internet aansluiting. Ik proef daarbij een soort dubbele moraal gebaseerd op geloof en hoop. Het klopt niet en het doet me vaag denken aan het hebben van een burn-rate tijdens de eerste bubbel. 

Is er dan helemaal geen licht in de tunnel. Jawel. Alles wat digitaal is of digitaal gemaakt kan worden heeft potentie. Bemiddeling, service-concepten en iets met adverteerders allemaal goed en natuurlijk zijn er waarschijnlijk goedlopende uitzonderingen maar over het algemeen heeft vrijwel alles wat aan de deur moet worden afgeleverd op dit moment nog geen echt commercieel bestaansrecht. 

Als dit artikel je interesse heeft lees dan ook;

-Why The Rapid Growth Of Mobile Commerce Is Bad News For Amazon
-Social netwerk sites Poor Man's Marketing?
-Koers Zalando stort in
-What's Wrong With Amazon's Business Model?

zondag 26 oktober 2014

De Dutch Design Week een impressie van instant inspiratie. #DDW14



Ik bezocht de dertiende editie van De Dutch Design Week in Eindhoven deze week. Met vierhonderd deelnemers verspreid over tachtig locaties is het een groot event. Voordat ik vertrok heb ik geprobeerd een beeld te vormen. Dat viel niet mee. De website is niet heel overzichtelijk en bood me eigenlijk onvoldoende aanknopingspunten om een soort van routeplan te maken. Het was ook niet mijn hoofddoel we wilden ons laten verrassen. Dat is gelukt. Het is een top event boordevol inspirerende mensen en projecten. Tussen de verschillende locaties rijden gratis taxi’s zodat je alles kunt bezoeken. De projecten blinken uit in verscheidenheid van 3d printen tot schoenen met elektronica en van keramiek tot houtbewerking. Eigenlijk was ik wel verrast door het grote aantal deelnemers uit de hoek van craftsmanship.

Niet technologie aan de voorkant maar juist aan de achterkant zodat kleine hoogwaardige series plots haalbaar zijn. Het lijkt alsof het ambacht een come back aan het maken is. Met schitterend gemaakte fietsen, glas, keramiek, schoenen en kleding. Ook het Eindhoven om de events heen maakte indruk. De oude Philips werkplaatsen maken ruimte voor start-ups, kunstenaars en designers en geven het geheel een enorme energie boost. Mooi om te zien. Mensen die mooie dingen maken. Ik heb wat foto’s op een rijtje gezet zodat je een beeld kunt vormen wat er zoals te zien is.

woensdag 15 oktober 2014

Innovatie in een knutselhok, misschien niet zo sexy maar wel doeltreffend. Lees het boeiende verhaal van Matthijs de Vries.


De startcoach vindt zijn weg door de schaatswereld. 

Heel even waande schaatser Jan Smeekens zich afgelopen februari Olympisch kampioen op de 500 meter sprint, maar die droom werd kapot gesmeten toen het scorebord een gecorrigeerde tijd weergaf waaruit bleek dat niet hij maar Michel Mulder de snelste was. Smeekens was over twee races geklopt op 12 duizendsten van een seconde. Koen Verweij keek na zijn race op de 1500 meter naar het scorebord en zag dat er voor zowel zijn naam als die van de Pool Zbigniew Brodka een ‘1’ stond. Na tien seconde gaf het scorebord de doorslag. Verweij was 3 duizendsten van een seconde tekort gekomen voor de gouden medaille. Ontroostbaar droop hij af. In de sport bedraagt het verschil tussen een olympische medaille plus de daarbij behorende eeuwige roem en slechts een vermelding in een uitslag soms maar een paar honderdsten van een seconde. Matthijs de Vries zelf bevlogen schaatser en dagelijks actief met industriële innovaties op het gebied van proces management voor MDV Industrial Consultancy ging met dat gegeven aan de slag en ontwikkelde in zijn schuur de startcoach, een systeem om de starttijden van schaatsers te verbeteren. 

De verschillen tussen de schaatsers in de top worden steeds kleiner. Gerard Sierksma, hoogleraar sportwetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen zegt: “Vroeger waren de verschillen tussen de schaatsers zo groot dat je eigenlijk aan een stopwatch voldoende had. Nu zijn zelfs geavanceerde systemen soms niet meer voldoende om de uitslag te kunnen bepalen. Geschat wordt dat de huidige meetsystemen een meetonzekerheid hebben van ongeveer 3 duizendsten van een seconde. Omdat het in een wedstrijd om twee metingen gaat ben je eigenlijk pas zeker van je overwinning als je minstens 6 duizendsten van een seconde sneller bent.”

Een systeem bedenken om op relatief eenvoudige wijze schaatstijden te verbeteren, dat vond ik wel een uitdaging zo vertelt Matthijs de Vries. Aan snelle rondjes rijden en techniek verbeteren wordt al op hoog niveau veel aandacht besteed. De universiteiten en bewegingswetenschappers rollen over elkaar heen om een nog mooiere 3D animatie van een schaatser te maken met het doel om te schaatstechniek tot in het kleinste detail te analyseren.

Hoe kun je op een eenvoudige manier tijden in de sport, specifiek schaatsen, verbeteren? Na goed nagedacht te hebben kwam ik tot de conclusie dat er bij de start op een relatief eenvoudige manier tijdwinst te behalen kon zijn. Mijn idee was een eenvoudig mobiel systeem te bedenken om snel elke start te kunnen beoordelen op reactietijd en eindtijd na bijvoorbeeld 30 meter. Na die 30 meter begint het “gewone” schaatsen en daar zijn alle knappe koppen van Nederland al jaren mee bezig. Ook wilde ik een “echte” start nabootsen, dan wel niet met een fysiek persoon maar met met een elektronische equivalent hiervan compleet met de commando’s, Go To The Start, Ready en een echt startschot geluid. Deze echte starter is er alleen maar in wedstrijden en zorgt vaak voor extra spanning bij de schaatser. Door het simuleren van een echte starter raken de schaatsers hieraan gewend. 

Dus ging ik naar mijn knutselhok en pakte een stuk papier en schreef op wat ik dacht nodig te hebben. Fotocellen, luidspreker voor nabootsing starter, tijd display en nog wat kleine componenten. Na een aantal avonden gesoldeerd te hebben met kleine displays, fotocelletjes, versterkers, luidsprekers en een klein stukje programma geschreven te hebben was het prototype klaar. Met de hele familie testten we in mijn knutselhok wie het snelst 2 meter kon hardlopen. Nu kon een echt systeem gemaakt worden voor testen op het ijs. Door het knutselen komen er vragen bij je op zoals wanneer begint de tijd te lopen bij een startpistool? Van groot belang natuurlijk voor een goede tijdmeting. Sommigen dachten dat de tijd begon te lopen als je de trekker overhaalt, anderen dat de tijd begint te lopen als de knal uit de loop komt of als de haan het slaghoedje bereikt. Hele belangrijke zaken als je iets goed wilt meten, vooral als je bedenkt dat het geluid nu uit een luidspreker komt zonder startpistool.

Niet getreuzeld, oude microfoon gepakt, oscilloscoop aangesloten kanaal 1 de microfoon en kanaal 2 het startsignaal van de klok. Blijkt dat een knal ook nog wel best lang geluid maakt, wanneer moet de klok starten? Uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat wanneer het geluid uit de luidspreker tot een duidelijk hoorbaar niveau is gekomen dat dan de klok wordt gestart. Dat de ene persoon een iets minder gehoor heeft dan de andere daar kan ik ook niets aan doen. Na nog een aantal avonden knutselen was de demo koffer klaar. Bij het testen op het ijs bleek dat de schaatsers en coaches enthousiast waren over De Startcoach, het gaf de schaatsers een mogelijkheid om veel echte starts te simuleren en coaches hadden volop te tijd om zich te concentreren op de start techniek van de schaatser zelf in plaats van met een stopwatch in de hand de tijden op te nemen.

Op het ijs bleek dat als je bij de start iets wijder of iets smaller met je benen gaat staan of je hand op het ijs doet (downstart) de eindtijden na 30 meter een aantal tienden van seconden varieerden. Ook bleek dat kleine aanpassingen in de starthouding en de eerste passen op het ijs verschillen gaven in de reactie en eindtijden van de schaatsers. Door dit individueel te optimaliseren kun je dus tot een snellere starttijd komen dan zonder feedback van De Startcoach.

Tijdwinst behalen door je start te optimaliseren is een eenvoudige en snelle manier om je prestaties te verbeteren. Zet de start voor de buitenbocht en de finish na de buitenbocht voor simulatie 3 en 5 km start. Doe een paar keer 1 slag rechtuit in de bocht, een paar keer 2 slagen of 3 slagen en kijk wat voor jou het snelste gaat. Al zou je er maar 1 tiende van een seconde  mee winnen, dat kan wel het verschil zijn tussen eeuwige roem en slechts een vermelding in een uitslag. In Inzell, één van de mooiste banen in de wereld, werd De Startcoach getest door viervoudig wereldkampioen sprint Jeremy Wotherspoon. Het bleek dat hij zeer te spreken was over het start systeem en het een goede manier was om je start te meten, te simuleren en te verbeteren. Altijd mooi dat je uitvinding gewaardeerd wordt door mensen die er echt verstand van hebben. Ondertussen met nieuw klein printplaatje begonnen in het knutselhok om te meten of een schaatser wel horizontaal blijft met z’n heupen en deze niet omhoog drukt (zonde van de energie). Met een soldeerbout en een beetje fantasie kom je dus een heel eind.


zaterdag 20 september 2014

VR brillen, na de smartwatch de volgende nieuwe productcategorie..

De afgelopen periode schreef ik een aantal artikelen over Coolminds en de Oculus Rift. De mannen van Coolminds zijn inmiddels ruim een jaar aan het werk met de bril en ontwikkelingen beginnen nu over elkaar heen te rollen. Schreef ik eerder over een eerste virtual reality wereldprimeur uit Leeuwarden. Deze week schreef Coolminds de tweede primeur. De eerste testen met het behandelen van pleinvrees zijn een feit. De uitslagen zijn niet alleen bemoedigend, ze zijn uitstekend. Laten we het zo zeggen ze stonden op de tafel te dansen van plezier. 

Een bril opzetten en mensen VR laten ervaren is natuurlijk leuk. Ik zie op de gekste plekken zo'n bril opduiken. Maar het levert meestal meer vragen op dan de meeste partijen op dit moment nog kunnen beantwoorden. Bij Coolminds werken we inmiddels aan concrete toepassingen. De kennis die we daarmee opdoen groeit razendsnel. Zo denken we nu mee met hersenchirurgen en ontwikkelaars van therapieën. Er wordt gewerkt aan trainingen, simulaties en presentaties die bedrijven tienduizenden euro’s kunnen besparen. Het is aanstekelijk om mee te maken hoe ondernemers na een ervaring met de Oculus Rift direct vertalingen maken naar concrete oplossingen vertelt Daniel Brinckmann. Inmiddels bereiken ons meerdere aanvragen per week die variëren van een brainstorm en meedenken tot ontwikkelen van concrete toepassingen. Het sterkt me in de gedachte dat dit een snelle ontwikkeling gaat worden. 

Het kan niet anders dat VR een grote toekomst tegemoet gaat. Mensen beschikken over meerdere tablets, smartphones, laptops en zometeen smartwatches. Huizen liggen al vol met apparaten en de industrie zoekt naarstig naar nieuwe productcategorieën. De VR bril is zo'n categorie. We hebben binnen afzienbare periode allemaal zo’n bril in huis en op de wat langere termijn natuurlijk meerdere. Aan de prijs zal het niet liggen. Ik voorzie prijzen van onder de honderd dollar wanneer de productie echt op stoom komt. Het is de volgende doorbraak na de smarthone en de 3d printer. De impact op de zorg zal vele malen groter zijn dan we nu kunnen voorzien. We bezoeken straks eerst virtueel onze vakantiebestemming, maken virtueel een proefrit met de nieuwste auto en ervaren fully emmersive hoe we een probleem kunnen oplossen met onze kapotte wasmachine. 

De afgelopen weken waren inspirerend maar ook een beetje gek. Wekelijks vragen mensen in de mail hoever we zijn met de ontwikkelingen. Gek want de bril is er immers alleen nog maar in een developpers uitvoering. Gek maar tegelijk ook geweldig inspirerend. 

Ben je geïnteresseerd in VR en de Oculus Rift, lees dan ook deze artikelen of neem contact met me op Daniel Brinckmann;

-VRET, Virtual Reality Exposure Therapie met behulp van de Oculus Rift
-Coolminds boekt een wereldwijde doorbraak met de Oculus Rift en daar zijn ze in Leeuwarden best een beetje trots op.
-Only dead fish go with the flow. Dus we zetten door.
-Reik en Coolminds ontwikkelen therapie met de virtual reality van de Oculus Rift.
-Is de virtual reality van de Oculus Rift de next step in gedragsverandering?
-Inspirerend interview met @DFBrinckmann over de toekomst van Virtual Reality in de GGZ.
- Bynt.



donderdag 28 augustus 2014

Coolminds boekt een wereldwijde doorbraak met de Oculus Rift en daar zijn ze in Leeuwarden best een beetje trots op.

Coolminds is specialist in online gedragsverandering en ontwikkelt programma’s op het gebied van online zelfmanagement, online gedragsverandering en e-coaching. Het afgelopen jaar heeft Daniel Brinckmann van Coolminds zich verder ontwikkeld tot de specialist op het gebied van de Oculus Rift en gedragsverandering middels Virtual Reality. Sinds augustus heeft Coolminds de Oculus Rift DK2 in huis en wordt ermee geëxperimenteerd. Ontsluiting van Virtual Reality content voor de Oculus via het internet heeft voor Coolminds de prioriteit. Als eerste in de wereld heeft Coolminds het voor elkaar gekregen om Virtual Reality content plugin-loos in de browser te draaien en daar zijn ze in Leeuwarden best een beetje trots op.

Martijn de Boer, senior ontwikkelaar bij Coolminds over deze doorbraak: “we hebben rechtstreeks contact gezocht met onder andere ontwikkelaars van Google Chrome om de belangrijkste problemen te kunnen oplossen. Na uitvoerig overleg, proberen, aanpassen en opnieuw proberen is het ons gelukt de DK2 plugin-loos te laten draaien in de browser. Daarmee zijn we de eersten in de wereld die dit voor elkaar hebben”. VR content ontsluiten via het internet is een grote belofte. Dit is van groot belang voor de verdere ontwikkeling van VR via het web. Gebruikers moeten immers eenvoudig 360 graden film kunnen vinden en het eenvoudig en snel kunnen gebruiken, ook thuis. Want daar liggen de grote voordelen van onder andere online exposure therapie als onderdeel van een e-learning of een online interventie.

Als dit artikel je interesse heeft lees dan ook;
Is de virtual reality van de Oculus Rift de next step in gedragsverandering?


Lees ook;
Inspirerend interview met @DFBrinckmann in de Zorgvisie over de toekomst van Virtual Reality in de GGZ.

woensdag 2 juli 2014

Brands are built on what people are saying about you, not what you're saying about yourself

De spelregels voor merkenbouwers waren tot voor kort overzichtelijk. Als fabrikant of dienstverlener kon je middels een onderscheidende propositie waarde toevoegen aan je product of dienst. Je kon een merk als het ware uit de grond stampen. De belangrijkste voorwaarden waren een goed product, diepe zakken en uithoudingsvermogen. De zaken zijn de afgelopen jaren dramatisch veranderd en ik geloof echt dat we nog maar aan het begin staan. Merkmarketeers zijn de grip aan het verliezen. De transparantie van het internet, de invloed van de social netwerksites en de resultaten van Google worden steeds dominanter in de opbouw van het merk. Die ontwikkeling werd in het verleden voornamelijk bepaald door inspanningen van het eigen marketing team. Dat is niet meer.

Het merk is steeds vaker een optelsom van inspanningen van gebruikers in combinatie met geregisseerde marketing van de fabrikant of dienstverlener. Klanten zorgen voor onafhankelijke conversaties die gevolgd worden door potentiële klanten. Reviews zorgen voor waarderingen die worden meegenomen in het klantenbrein. Klanten creëren inmiddels belevenissen op Youtube die regelmatig de communicatie kracht van de eigen marketing organisatie overstijgen. Klanten waarderen verhalen van andere klanten steevast hoger dan de zelf geregisseerde communicatie. Google resultaten worden vooral beïnvloed door het toevoegen van authentieke content en worden daarmee almaar dominanter in de ontwikkeling van het merk. Elke nieuwe release van Google heeft als doel die waardevolle content een hogere plek in de zoekresultaten te geven. Daarmee zal authentieke content gecreëerd door gebruikers steeds waardevoller worden, dat vraagt van marketeers niet alleen meer om het zenden van boodschappen maar steeds vaker om regie, coördinatie, inspiratie, luisteren, curatie en community management.

Wellicht is achteraf bezien de Bucklercase van Youp een keerpunt geweest. Daar liet het publiek al de kracht van de community zien. Nu, met de opkomst van de sociale netwerksites, is die kracht nog vele factoren sterker geworden. Misschien is met de huidige vorm van communicatie wel de rek uit het merkelastiek. Je kunt grote budgetten in geregisseerde communicatie blijven stoppen in the end kun je daarmee de marge niet meer oneindig vergroten en juist die marge is voor de merkmarketeer een belangrijke doelstelling. Google legt immers feilloos bloot hoe jouw prijs zich echt verhoudt ten opzichte van de concurrent en Google is hét vertrekpunt voor een aankoop. Merk co-creatie, waarmee je een online ecosysteem ontwikkelt van ervaringen, verhalen, beloningen, reviews en aanbevelingen samen met geregisseerde marketing communicatie zal aan kracht winnen. De ontwikkeling van het merk komt daarmee steeds meer in handen van de klant. Organisaties die deze kracht begrijpen hebben toekomst.


maandag 23 juni 2014

Ben Vloon, “klanten vragen niet om een boormachine maar om een gat in de muur”.*

Gastblog van Ben Vloon eigenaar van Crowd+Co

“Lokale bouwers buitenspel bij bouwopdracht voor school in Joure” kopte de Leeuwarder Courant afgelopen week. Wat mij betreft had de titel moeten zijn “lokale bouwers zetten zichzelf buitenspel bij aanbesteding bouw nieuwe school in Joure”. Natuurlijk wil ik eerst Facilicom feliciteren met het winnen van het contract. Met een vernieuwende aanpak kreeg Facilicom de opdracht die uiteindelijk als volgt werd omschreven: De colleges van De Friese Meren hebben besloten om de innovatieve aanbesteding van de Brede School in Joure Zuid te gunnen aan het consortium onder leiding van Facilicom Services Group. Voor de komende 25 jaar gaan de gemeenten een samenwerkingsverband met Facilicom aan, waarbij zowel het ontwerp en de bouw als het beheer en het onderhoud voor de Brede School in Joure Zuid wordt verzorgd.

Naast felicitaties heb ik ook een advies aan iedereen die in een soortgelijke situatie zit. De afgelopen vier jaar heb ik veel ondernemers gesproken en gevraagd wat zij hebben gedaan om hun business model aan te passen naar de nieuwe werkelijkheid. Een werkelijkheid waar klanten niet vragen om een boormachine maar om een gat in de muur, een werkelijkheid waarbij de klant zijn spijkerbroek niet meer koopt maar huurt (http://www.mudjeans.nl/) en een werkelijkheid waarbij de bouwer van vliegtuigmotoren de motoren niet meer verkoopt maar per uur verhuurt aan de kopers van het vliegtuig (http://www.rolls-royce.com/civil/services/corporatecare/) en geloof me ik heb nog wel honderd andere voorbeelden. De antwoorden die ik kreeg op mijn toch zo eenvoudige vraag waren ronduit teleurstellend. ‘Wij wachten tot de crisis overgaat’ of ‘Wij hopen op betere tijden’. Hoop? Hoop is wat mij betreft uitgestelde teleurstelling.

Hoewel ik zelf niet bij het project in Joure betrokken was kon iedereen het goed volgen in de pers. Het verhaal gaat over de bouw van een school in Joure en om een aanbesteding volgens een nieuw model. Een model waarbij dus niet zozeer de bouw van het object de doelstelling was maar de complete dienstverlening. In andere woorden: ‘het fysieke product was slechts een service-avatar’ in normaal Nederlands: het product was slechts de fysieke eenheid, de dienstverlening is zoals zo vaak hetgeen waar de werkelijke toegevoegde waarde wordt gevraagd en geleverd. Op de reactie van bouwbedrijf van Wijnen na, die ook meedeed bij de aanbesteding en zei “we moeten er iets van leren” kunnen de betrokken andere bouwers in dit verhaal vooral zichzelf veel verwijten. Elke willekeurige visionaire bouwbedrijf ook in Friesland heeft vier jaar de tijd gehad om zijn businessmodel en organisatie klaar te maken om de vraag in deze aanbesteding winnend te kunnen beantwoorden. Als je niet innoveert komt concurrentie zoals zo vaak uit een totaal onverwachte hoek. In dit geval heb ik niet zozeer medelijden met de ondernemers die verzuimden om te innoveren. Ik heb wel te doen met de werknemers van die ondernemers die het project misliepen. Zij zullen immers de klappen moeten opvangen.

Concurrentie uit onverwachte hoek is niet nieuw. Elke ondernemer kan innoveren op zijn business-model, je moet er alleen wel voor openstaan. Je moet de confrontatie durven aangaan, dan zijn oplossingen vaak niet ingewikkeld. Je kunt al beginnen met samenwerking te zoeken met mensen of onderdelen van de keten die je nog niet kent. Het succes van gisteren is immers niet het succes van morgen en als je doet wat je altijd gedaan hebt dan krijg je wat je altijd al kreeg en in dit geval zelfs minder. Daarom doe ik een oproep aan alle ondernemers: Laat je inspireren, kijk eens bij de buren en praat met de mensen waarvan jij denkt dat ze je concurrent zijn. Je zult zien dat het direct al veel materiaal oplevert om nieuwe businessmodellen te genereren en dat het bovendien heel veel lol kan opleveren.

*Harvard marketing prof Theodore Levitt illustrated this difference with this straight forward analogy: “People don’t want to buy a quarter-inch drill. They want a quarter-inch hole!” Focusing too much on demographics segmentation and qualitative research methods, marketers are improving their products in ways that become mainly irrelevant to their consumers needs- focusing on the drill, not the hole.

vrijdag 23 mei 2014

Only dead fish go with the flow. Dus we zetten door.

Only dead fish go with tthe flow.
De afgelopen 15 jaar was ik direct en indirect betrokken bij de ontwikkeling van talrijke zelfmanagementprogramma’s. Van het stoppen met roken tot het opzetten van complete platformen om mensen met overgewicht te stimuleren tot gezond gedrag. Het bedenken en produceren van deze online gedragsverandering programma’s is uitdagend en interessant. Je bouwt aan een mooi bedrijf en tegelijk sta je aan de basis van ontwikkelingen waar de samenleving iets aan kan hebben. Ik vind dat een mooie combinatie. Niet altijd even makkelijk. Terwijl er extreem veel geld omgaat in de zorg zijn de bedrijven die in Nederland de technische innovaties moeten ontwikkelen gewoon commercieel. Dat is budgettair niet altijd helemaal in evenwicht om het maar eens vriendelijk te zeggen. Recent was Coolminds nog in het nieuws met ontwikkelingen rondom de oculus rift. Samen met Reik staat Coolminds aan de basis van baanbrekende veranderingen. Therapie met behulp van virtual reality om mensen te helpen om van hun pleinvrees af te komen. Het eerste programma in een reeks van meerdere naar verwachting. Coolminds investeert mee en stopt daar veel tijd en geld in. Innovatie zit in het DNA van het bedrijf. Het is waarschijnlijk mede daarom dat Coolminds bij leidende partijen in Nederland hoort waar het gaat om online gedragsverandering en de ontwikkeling en executie van zelfmanagement-, interactive video- en e-learning programma's. Werken aan online gedragsverandering is een belangrijke discipline. Niet alleen in de zorg, online gedragsverandering is immers voor elke partij van belang. Coolminds heeft mooie resultaten geboekt waar we best trots op zijn want het is vaak roeien tegen de stroom in. "Only dead fish go with the flow". Dus we zetten door. Ik heb een paar voorbeelden op een rijtje gezet want je moet af ook wat reclame maken.

woensdag 26 maart 2014

Is de virtual reality van de Oculus Rift de next step in gedragsverandering?

De Occulus Rift 
Enkele maanden geleden liep ik het kantoor binnen van Daniel Brinckmann. Bij Coolminds verantwoordelijk voor innovatie. Hij had de Oculus Rift meegenomen om mensen deelgenoot te maken van zijn bevindingen. De Oculus Rift is een betaalbare virtual reality headset. Een soort bril die je op je hoofd zet en waarmee je onmiddellijk in een virtuele wereld bent. Je kunt natuurlijk ergens over praten maar zelf ervaren is iets anders. Daniel zag mogelijkheden om met behulp van de Rift te gaan werken aan gedragsverandering. We hebben met zijn allen verschillende ritjes gemaakt in de virtuele achtbaan en merkten de kracht van de virtuele wereld bij het kantoorspel. De Rift werkt zo spectaculair dat ik een paar uur nodig had om bij te komen van mijn achtbaanrit. Sinds die tijd zijn we er bij Coolminds mee aan de slag gegaan en nemen we de Rift mee op onze road trip langs relaties. We hebben ons verdiept in de mogelijkheden om programma’s te ontwikkelen en inmiddels kunnen we virtuele werelden creëren voor de Rift en ook toepassingen als serious games maar dan wel fully immersive. Op dit moment experimenteren we met 360 graden stereoscopische video en augmented reality.

Roadtrip langs relaties. Ze vallen bijna
van hun stoel bij het zien van de mogelijkheden.
De Rift is nu nog volledig het domein van gamers en techneuten, maar zal naar onze overtuiging straks ook worden ingezet voor zaken als gedragsverandering. Denk daarbij aan e-learning, training, experiencing, maar bovenal als therapie tool. Natuurlijk zijn de mannen en vrouwen van Coolminds niet de bedenkers van behandelingen. Daarvoor hebben we partners nodig. De toepassingen lijken eindeloos. Er wordt nu met partners gekeken naar bijvoorbeeld EMDR met behulp van de Rift, je kunt ook aan de slag met zaken als vliegangst en pleinvrees maar ook minder spannende zaken als een veilig verkeer simulatie, het bekijken van het ontwerp van je nieuwe huis of de voorpret van een vakantie bestemming zijn mogelijk. Natuurlijk is de virtuele wereld niet iets nieuws. Maar met de Oculus Rift lijkt een betaalbare oplossing binnen handbereik

Wil je de mogelijkheden van de Occulus Rift ook ervaren stuur dan een mailtje naar d.brinckmann@coolminds.nl bellen kan natuurlijk ook 058-2333400 en vraag even naar Daniel.

Coolminds heeft 20 jaar ervaring met het ontwikkelen, onderhouden en vermarkten van programma’s op het gebied van on-line zelfmanagement, on-line gedragsverandering en e-coaching. De groep ontwikkelde programma’s voor Menzis, Limis,  Stivoro, VUmc, Slachtofferhulp, Stichting Correlatie, Iriszorg, SOA Aids Nederland, Rutgers WPF, GGZ inGeest en het Trimbos Instituut. Daarbij ging het veelal om zelfmanagement programma's als stoppen met roken, minder drinken, hulp bij depressiviteit en dementie maar ook programma's voor online hulp bij stress op je werk en programma’s gericht op leefstijl en gewichtscontrole. Voor GGZ InGeest ontwikkelde de groep het platform voor online zelfmoordpreventie. Met de onlangs afgeronde overname van zelfmanagement specialist PuntKom werden daar competenties aan toegevoegd op het gebied van e-learning, interactieve video en serious gaming. De Coolminds Group is in Nederland de marktleider waar het gaat om het ontwikkelen van on-line programma's op het gebied van gedragsverandering. Dat schept verplichtingen, daarom onderzoeken we dagelijks welke innovaties binnen bereik komen om nieuwe en bestaande programma's te verbeteren. 


zondag 16 maart 2014

Betaald krijgen voor gezonde mensen in plaats van zieke mensen, het is maar een idee.

Naast mijn werk voor StudioDWVTS ben ik nauw betrokken bij Coolminds. Een internetbedrijf dat onder meer on-line programma’s ontwikkelt die kunnen helpen bij een gezondere leefstijl. Stoppen met roken of drinken. Werken aan een betere balans tussen werk en privé of wat meer bewegen en wat slimmer eten. Allemaal online programma’s die hebben bewezen een bijdrage te kunnen leveren aan een gezondere leefstijl. In Nederland hebben we het echter anders aangepakt we werken niet aan preventie of een gezonde leefstijl maar we hebben ons tegen de gevolgen van ziekte verzekerd. De politiek en het bedrijfsleven zijn er vol van, de kosten van de zorg zullen dramatisch blijven stijgen. Onderzoeken ondersteunen afdoende dat zaken als stress, overgewicht en roken nu al een enorme schadepost vormen. De helft van de Nederlandse mannen boven de veertig is inmiddels latent obese. Gelukkig zijn we ervoor verzekerd. Als je vanwege je overgewicht niet meer kan lopen krijg je via je verzekering een mooi elektrisch karretje. Hopla karren maar. Bedrijven vinden een verzuimpercentages van 2, 3 of soms zelfs 4 of 5 procent afhankelijk van het type business gewoon. Bedrijven zijn immers voor ziekte verzekerd en de kosten van de verzekering en de uitval worden elk jaar netjes gebudgetteerd als ware het een standaard bedrijfsproces. Die verzekeringen zijn daarmee schade verzekeringen. Zodra er iets kapot is krijg je een uitkering eerder gebeurt er niets of weinig. Mooi geregeld.

Niet dat zorgverzekeraars graag willen dat we niet aan preventie werken maar ze zijn onderdeel van een politiek systeem. In Den Haag worden de contouren van hun bedrijf modellen immers mede bepaald. Preventie wordt niet vergoed, reintegratie bijvoorbeeld weer wel. Natuurlijk willen zorgverzekeraars graag een gezonde klantenbase want een ziektegeval is en blijft natuurlijk wel een kostenpost. Om die kosten te verlagen worden potentiële schadeposten steeds vaker aan de poort geweerd. Heb je mankementen aan je lijf dan kunnen die worden uitgesloten voor de verzekering. Investeren in preventie is overigens ingewikkeld voor zorgverzekeraars. Met klanten die eenmaal per jaar voor een paar tientjes van verzekeraar veranderen is investeren in de klant nagenoeg onmogelijk. Toegegeven het is wat zwart wit maar dat is wel het idee. Dit principe geldt ook voor de ziekenhuizen. Een ziekenhuis krijgt een vergoeding voor een behandeling. In de kern genomen zit je daar al op het verkeerde pad. Het betekent immers dat zieke mensen je core business zijn geworden. Het betekent ook dat al die keihard werkende en zeer betrokken zorgprofessionals in ziekenhuizen afgerekend worden op een verkeerd verdienmodel. De effecten zijn desastreus, de zorg wordt steeds meer slachtoffer van kosten anorexia. Het moet elk jaar goedkoper tot het systeem definitief kapot is. Wat nu als een ziekenhuis betaald zou krijgen voor het percentage gezonde mensen in hun werkgebied. Dat zou een enorme mindshift teweeg kunnen brengen. Of als het management van zorgverzekeraars een bonus zou krijgen voor het terugdringen van het ziekteverzuim bij hun klanten. Betaald krijgen voor gezonde mensen in plaats van zieke mensen, het is maar een idee.

zaterdag 1 februari 2014

De iWatch van Apple kan een doorbraak betekenen voor M-health en een serieuze concurrent worden van alle fitnesstrackers.

Niemand weet nog hoe de iWatch er uit gaat zien.
De concepten werden het afgelopen jaar steeds beter.
Het internet werd de afgelopen dagen bedolven onder nieuws van Apple. Het bedrijf zou op iOS niveau inzetten op M-health. De iWatch zou alle gezondheid toepassingen kunnen ontsluiten. Ik publiceerde een jaar geleden een artikel waarin ik een dergelijk wearable device omschreef. Ik hoopte toen eerlijk gezegd dat Apple die richting zou kiezen. Het lijkt erop dat Apple nu serieus werk maakt van M-health. Met toepassingen die de wereld van de gezondheidszorg op termijn op zijn kop zullen zetten. Het is een volgende stap op weg naar je persoonlijke gezondheid dossier. Emmerce schreef er gister het volgende over "Apple zet met iOS in op mobiele gezondheid" De volgende versie van iOS, de systeemsoftware voor iPhones en iPads, krijgt een sterke gezondheid component. Dat meldt 9to5Mac op basis van anonieme bronnen. De kop " iWatch + iOS 8: Apple sets out to redefine mobile health, fitness tracking" laat niets aan de verbeelding over. iOS 8 krijgt een speciale app Healthbook en werkt samen met de aanstaande iWatch. De app zou net zoals Passbook kaarten tonen, maar dan met informatie over gezette stappen, verbrande calorieën, hartslag of bloeddruk. De iWatch zou hartslag en bloeddruk moeten meten. The NextWeb kopte in "Apple is reportedly going big on health and fitness with iWatch and iOS 8" en ook de blog Apple Insider kwam met een achtergrond artikel met als titel. "Apple execs met with head of FDA to discuss 'mobile medical applications". Partijen als Fitbit en de Nike fuelband, de fitnesstrackers voor fietsers en lopers en de duizenden apps die inzoomen op fitness krijgen er een meer dan serieuze concurrent bij. Reden voor mij om het artikel dat ik een jaar geleden publiceerde nogmaals te posten.

Apple heeft meer dan 79 patenten die betrekking 
hebben op een device dat om de pols past.  
Origineel artikel van 27 februari 2013. 
Onlangs las ik een rapport van PWC over de mogelijkheden van M-health. In dit rapport stond een passage waarin werd beschreven dat er voor m-health meer kansen liggen in de opkomende markten. Simpelweg omdat burgers daar niet ziek willen worden. De kosten van ziek zijn of de hulp van een arts zijn in deze regio te hoog of domweg onbetaalbaar met als gevolg dat de keuze voor m-health, zelfmanagement en preventie in deze landen meer voor de hand ligt dan in landen waar de overheid garant staat voor de kosten. Dit gegeven komt vanzelfsprekend in een ander daglicht te staan wanneer we ons realiseren dat de kosten van de zorg ook in ons systeem ondragelijk worden. De toenemende financiële druk op de burgers zal ervoor zorgen dat mensen tegen een geringe investering als de aanschaf van een mobile device met een health App of een abonnement op een zelfmanagement platform als Youplus zelf aan de slag zullen gaan met hun gezondheid.

E-health als verzamelnaam voor zorg met behulp van allerlei internetgerelateerde toepassingen leek lange tijd een belofte. Een belofte die maar moeizaam leek te worden ingelost. Als gevolg van een falend zorgsysteem, de vergrijzing, het uitkleden van de verzekeringspolissen en de almaar stijgende kosten van het eigen risico, komt die burger zelf in actie. Per jaar komen er duizenden Apps op de markt die allemaal proberen te helpen bij het streven naar een vitaler en gezonder leven. Van eenvoudige Apps die je hartslag meten tot Apps die registreren wanneer je het hardst snurkt. Apps voor mobile devices lijken daarmee het begin in te luiden van enorme veranderingen in de zorg. De ontwerpen voor een smartwatch van Samsung, Apple en Sony die nu op de plank liggen en wellicht nog dit jaar het licht zullen zien gaan zorgen voor de definitieve doorbraak. De smartwatch is een mobile device voor om je pols en waarop geavanceerde Apps kunnen draaien die misschien wel jouw gezondheid bewaken. Je kunt er natuurlijk ook mee bellen, whatsappen, twitteren en zelfs zien hoe laat het is.

Omdat de smartwatch dag en nacht om je pols zit kan hij Apps op een andere manier van informatie voorzien. De smartwatch kan zo je hartslag, bloeddruk en calorieverbruik registreren. De smartwatch monitort je lichaamstemperatuur, de hoeveelheid bewegingen per 24 uur en de kwaliteit van je slaap. Aanvullende Apps in samenwerking met bijvoorbeeld een smart toilet kunnen zorgen voor vitale data van urine en ontlasting. Je kunt deze data nog verder verrijken met bijvoorbeeld informatie over de kwaliteit van je bloed die je hebt gekregen uit een bloedprik apparaatje. De weegschaal schiet dagelijks of wekelijks de data in je smartwatch over spier- en vochtontwikkeling, BMI en gewichtverloop. De smartwatch zal in staat zijn om deze data via de cloud te combineren met bijvoorbeeld social media data van twitter, de weeromstandigheden en geolocatie data. Ik stel me daarbij voor dat je op basis van die gegevens dagelijks kansberekeningen krijgt die je vertellen wanneer je de griep krijgt of dat je al ziek bent en welke plekken je beter kunt mijden wanneer je het virus wilt ontlopen. 

Natuurlijk kun je die verzamelde data dagelijks delen met je huisarts. De huisarts wordt daarmee data analist en kan op elke plek in de wereld op basis van cloudstatistieken en kansberekeningen de juiste medicatie voorschrijven. De vraag is natuurlijk wel of er dan nog plaats is voor artsen en medicijn verstrekkers. Wellicht dat deze tussenpersonen het veld ruimen net als eerder verzekeringstussenpersonen, bankiers en makelaars het veld ruimden. Immers gebruikerservaringen van medicijnen, reviews in combinatie met de data uit jouw smartwatch leidden vanzelf naar de juiste medicatie. Alle genoemde applicaties bestaan al. Het toilet dat middels een App kan communiceren met je smartphone is op de markt in Japan en Philips ontwikkelde technologie die het mogelijk maakt om thuis bloed te prikken en de gegevens ter analyse naar een arts te verzenden via het internet. Partijen als Nike en Withing leveren calorieverbruikbandjes, weegschalen en bloeddrukmeters die draaien op Apps. De smartwach zal deze data combineren en daarmee een nieuwe fase van e-health inluiden.

Dat het verzamelen van data om die vervolgens te delen met huisarts of specialist kan leiden tot ronduit spectaculaire resultaten blijkt uit bijgaand item gemaakt door RTL4 Nieuws. Het beschrijft een nieuwe behandelmethode tegen reumatoïde artritis. Het gaat hierbij niet om het toedienen van een nieuw medicijn maar juist om het delen van relevante data. De gezondheid van de patiënt wordt gevolgd met behulp van het invullen van vragenlijsten. De behandelend arts kan door de verbeterde informatievoorziening adequater handelen. Het resultaat is opmerkelijk; 60 procent van de patiënten is binnen een halfjaar klachtenvrij. Bijgaand de link naar het nieuwsitem op RTL4; Nieuwsitem RTL4 


De publicatie van Bloomberg met als titel "Apple’s Planned ‘IWatch’ Could Be More Profitable Than TV".  is in dit verband ook lezenswaardig.