Posts tonen met het label Merkautoriteit.. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Merkautoriteit.. Alle posts tonen

donderdag 28 april 2016

Positioneren in het internettijdperk is samen werken aan één boodschap.

Positioneren gaat over het maken van keuzes. In dit artikel wordt de rol van het positioneren en de betekenis van positioneren voor uw organisatie toegelicht. Ik werd gevraagd door studenten van de Hogeschool van Utrecht om een bijdrage te leveren aan een artikel over positioneren. 

Ik besloot er een artikel over te schrijven dat als basis diende voor deze blog. Je kunt kiezen wie je als belangrijkste concurrent, doelgroep of klant wilt zien. Je kunt kiezen hoe je wilt dat jouw klanten jouw product zien. Hoe je relevant kunt zijn. 

Het maken van die keuzes is een proces op zich. Dat klinkt eenvoudig maar als je een nieuw wasmiddel op de markt wilt brengen zal je vrij nauwkeurig moeten uitzoeken welke positie in het brein van je klant het meest kansrijk is en waar nog ruimte in de markt zit. Wast het witter, sneller, schoner bij een lagere temperatuur, is het goedkoper enzovoort. 

Keuzes maken is moeilijk en wordt daarom om ook meestal vermeden. Liever zijn we alles zodat we geen enkele kans missen. Dat is op zichzelf al een gemiste kans want het is common knowledge dat je niet alles kunt zijn zonder aan geloofwaardigheid in te boeten.

Heb je eenmaal een keuze gemaakt dan kom je bij wat ik de essentie van het positioneren vind, het verwerven van een unieke en onvervreemdbare positie in het brein van je klant, prospect, medewerker en de overige stakeholders. 


Een associatienetwerk dat als basis dient voor het merk en kan worden vertaald naar een merkbelofte. Die mentale positie kan een begrip, een kleur, muziek een regel tekst of zelfs een herkenbare geur zijn. Het liefst een combinatie. Populaire begrippen als relevantie en authenticiteit zorgen voor extra legitimering en zijn daarom ook zulke waardevolle componenten voor het op te bouwen associatie netwerk.

Merken groeien doordat ze erin slagen een associatie netwerk op te bouwen in het brein van de klant. Een goed verdedigbare mentale positie. Een sterk merk is nog steeds de motor van de marge.

Hoe meer associaties je toe kunt voegen aan dat netwerk hoe sterker de mentale positie wordt. De gekozen positie moet onvervreemdbaar en verdedigbaar zijn. Niet onbelangrijk, de positie moet zich in positieve zin onderscheiden van de positie die je concurrent in het brein heeft ingenomen. 


Giep Franzen en Margot Bouman schrijven in hun standaardwerk "De mentale wereld van merken" het volgende over de kracht van associaties. “De associatie vanuit een product of product eigenschap naar een merk toe kan zo sterk zijn, dat een merk als het ware een mentale monopoliepositie heeft”. Het bereiken van zo’n positie is misschien wel de centrale opdracht voor elke marketeer.

De regel van zeven.

Het herhalen van de boodschap blijft ondanks alle nieuwe technologische mogelijkheden van groot belang. Het brein is geen recorder met een aan en uit knop en kent zijn beperkingen. Klanten filteren informatie. Jack Trout refereerde in zijn boek “het nieuwe positioneren” aan de Harvard psycholoog George A.Miller en de regel van zeven. Een persoon kan slecht zeven items een aantal seconden tot een minuut vasthouden in zijn korte termijn geheugen. 


Dat vertaalt zich bijvoorbeeld naar het kunnen onthouden van zeven merken in een product categorie. Ben je nummer acht dan heb je pech. Of beter gezegd, dan moet je op zoek naar een nieuwe categorie. Ongeveer tachtig procent van de gegevens haalt nooit het lange termijn geheugen. Het is één van de redenen dat je boodschap consistent moet zijn en eindeloos moet worden herhaald.

Gevonden worden op Google staat in dienst van lead generatie niet van merkontwikkeling.

Hoe vaker je de boodschap verandert hoe moeilijker het wordt om te onthouden. In dat kader vormt Google denk ik een punt van aandacht. Gevonden worden op Google wordt in relatie gebracht met lead generatie niet met positionering of merkontwikkeling. 


Het systeem van zoekwoorden en tekstoptimalisatie dat ervoor zorgt dat jouw informatie gevonden wordt staat niet in dienst van het opbouwen van een associatie netwerk, het staat in dienst van Google. Het kopen van zoekwoorden, zoekmachine optimalisatie en andere Google ranking concepten kunnen tegengesteld werken. 

Dankzij dit proces word je verleid om niet de woorden of teksten te hanteren die een bijdrage leveren aan de verdieping van je associatie netwerk maar aan conversie. Het genereren van online leads kan gaan schuren met de lange termijn visie op merkontwikkeling. 

Positioneren in het internettijdperk is samen werken aan één boodschap. 

Publiceren was nog nooit zo makkelijk. De marketeer van vandaag beschikt over een uitgebreid arsenaal van kanalen en mogelijkheden. Dankzij het internet zijn er nog nauwelijks kosten verbonden aan het zenden van boodschappen. 

Steeds vaker wordt daarbij gekozen voor interactie en dialoog, een aanpak die nog meer mogelijkheden zou geven. Het zelf publiceren van boodschappen vervat in een contentstrategie of geduid als contentmarketing is in korte tijd doorgedrongen tot het hart van vrijwel elke marketingcommunicatie afdeling. 

Niet alleen de communicatie afdeling publiceert, nee iedereen publiceert en communiceert van inpakker tot CEO. Het is niet vanzelfsprekend dat al die uitgezonden boodschappen en dialogen een positieve bijdrage leveren aan het merk. Als de boodschappen te verschillend zijn ontaat er verwarring.  Samenwerken aan één boodschap vanuit verschillende perspectieven werkt beter. 

Schrijven is het domein geworden van iedereen die een tweet kan plaatsen.

Tot voor kort was communicatie en meer specifiek schrijven, het terrein van vakspecialisten, copywriters, nu is schrijven het domein geworden van iedereen die een tweet kan plaatsen. Met de komst van zelf publiceren en dialoog hebben marketeers de regie op communicatie verder uit handen gegeven. 


Een zo op het oog onomkeerbaar proces dat marketeers voor uitdagingen stelt. Elke boodschap moet immers in zekere zin iets toevoegen aan het associatienetwerk en daarmee het merkbelang dienen zonder geweld te doen aan de authenticiteit van de boodschap en misschien nog wel belangrijker de authenticiteit van de boodschapper zelf.

Het pleit in mijn ogen voor het aanscherpen van het belang van positionering. 


Een helder gemaakte keuze schept kaders en werkt als een navigatietool voor een ieder die ermee aan de slag wil. Het is evident dat Twitter, Facebook, Youtube of een blog een andere karakteristiek hebben dan een billboard of een televisie commercial. 

Dat is mooi want dat schept mogelijkheden om het associatienetwerk met nieuwe componenten te verrijken. Een dialoog is immers krachtig en levert een andere bijdrage dan een advertentie. Goed uitgevoerd kan de inzet van sociale media alleen al daarom zorgen voor een versterking van het associatie netwerk. 

De keerzijde is dat het gewicht van fouten op het internet groot is. Dankzij Google en diezelfde sociale media wordt elke fout uitvergroot. Negatieve onderwerpen staan nu eenmaal meer in de belangstelling dan positieve zaken. In combinatie met de regie die uit handen is gegeven is dialoog daarom ook een valkuil.

De keuze die je maakt bij het positioneren moeten intern gedragen worden en vanzelfsprekend kunnen worden waargemaakt.

Kun je een positionering van binnen naar buiten ontwikkelen dan sta je sterker. In het tijdperk van het internet en de sociale media zijn medewerkers steeds vaker als ambassadeurs een onderdeel van de content strategie. 


Je vindt ze op Linkedin, Facebook, Twitter en Instagram. In voorkomende gevallen onderhouden ze zelfs goed bezochte blogs. Ze onderhouden daarmee als het ware hun eigen relatie netwerken die serieus mee kunnen wegen. 

Hoe meer medewerkers zich met de gekozen positionering kunnen identificeren hoe krachtiger hij wordt. Dus je moet niet liegen. Het is misschien wel één van de redenen dat missie en merkbelofte van de onderneming steeds vaker hetzelfde zijn. 

Het bedrijf en de medewerkers moeten het immers wel waar kunnen maken. Wanneer het goed wordt uitgevoerd is alles wat een onderneming doet een afgeleide van de gekozen positionering. Alle onderdelen werken dan als één kracht samen aan hetzelfde idee.

Als je tot hier hebt gelezen dan vind je dit ook een aardig artikel;
-Positioneren anno 2016 moet naar buiten toe kloppen maar vooral ook steeds -eer overeenstemmen met de binnenkant van de organisatie
-Sterke merken met een heldere positionering converteren honderden keren beter dan onbekende producten.

zondag 10 januari 2016

Er is nauwelijks een relatie tussen het verdwijnen van winkel vierkante meters en de online retail.

Je rolt van het één in het ander. Ik schreef een aantal artikelen over de retail Nederland en verdiepte me meer in het onderwerp. Ik werd extra gemotiveerd door de onderzoeken van Hans van tellingen van onderzoeksbureau Strabo. Er wordt in de media voortdurend een relatie gelegd tussen het verdwijnen van winkels en de oprukkende macht van de online retail. 

Maar is dat ook zo, verdwijnen er echt winkel vierkante meters of verandert het retaillandschap? Het internet en de social media worden alsmaar belangrijker als het gaat om beeldvorming. Top influencers leveren steeds vaker de olie die een vlek kan worden. We zijn in een tijdperk aangeland waar minder om duiding wordt gevraagd. Berichten die online verschijnen bereiken hun weg sneller en sneller naar offline media. 

We plaatsen eerst en controleren daarna de feiten is eerder gewoonte aan het worden dan uitzondering. Zo kan het dat je overal artikelen leest over het verdwijnen van de winkels ten faveure van online. Het staat in een boek dat is geschreven door een hoogleraar dus het is waar. Maar een boek schrijven betekent niet dat wat er in staat ook automatisch waar is. De gebroeders Grimm zullen dat beamen.

Met name online is een systeem ontstaan van belanghebbenden die als influencers onderwerpen kunnen aanjagen waar ze zelf belang bij hebben. Een belang in de vorm van de verkoop van adviezen voor problemen die ze zelf hebben gedefinieerd. Er worden boeken verkocht en lezingen gegeven. Gezaghebbende blogs leven op de verspreiding van gratis aangeleverde content. Dat heeft gevolgen. 


Als er nieuws is over hypotheken vraagt het NOS journaal aan direct belanghebbende Rabobank hoe het zit. De Telegraaf publiceert zonder blikken of blozen een redactioneel artikel waarin Oprah Winfrey, aandeelhouder in Weight Watchers, uitlegt waarom ze geen kilo aankwam met de kerst en als er een winkel failliet gaat vragen we Cor Molenaar, een hoogleraar met een door e-commerce belanghebbenden gefinancierde leerstoel, hoe dat komt.

Vragen stellen, kritisch, nieuwsgierig en objectief zijn was een rol die normaal voor rekening kwam van journalisten. In de drang naar snel, gratis en goedkoop nieuws zijn die wegbezuinigd. Dat niet alleen, leidende media nemen tegenwoordig ook zonder enige moeite berichten van elkaar over waardoor de geloofwaardigheid van het artikel voor de niets vermoedende lezer toeneemt. 


Hoe zit het nu echt met die winkel vierkante meters. Verdwijnen er winkels omdat we alles online kopen of wordt er met getallen gegoocheld? Ik googelde relevante artikelen en kwam tot andere inzichten.

4 januari 2012– Een op de drie winkels zal binnen vier jaar verdwijnen. Dat stelt Cor Molenaar, hoogleraar e-marketing aan de Erasmus Universiteit. Het online shoppen neemt steeds grotere vormen aan en dat gaat ten koste van fysieke winkels. Bron Nu.nl

April 2013. De komende zeven jaar zal het winkeloppervlak in stedelijke gebieden met twee miljoen vierkante meter teruglopen. Dat blijkt uit een berekening die advieskantoor Booz & Company heeft gemaakt voor het Financiële Dagblad. Dit betekent dat er zo’n 17 procent van het totale winkeloppervlak verdwijnt. 


Voornaamste reden is de opmars van webwinkels. Vooral het aantal kledingwinkels zal teruglopen, omdat mensen hun kleding vaker online kopen. Nu wordt er nog 5,6 procent van de kleding via internet verkocht, in 2020 zal dit ongeveer een kwart zijn.

Het artikel van het Financieel Dagblad vloog het internet over. Talloze blogs citeerden het artikel. Dat in 2020 een kwart van de Nederlanders hun kleding online zal kopen is niet meer dan een glazen-bol voorspelling. Maar als het in Financieel dagblad staat kan het niet anders dan waar zijn. Nu.nl voegde nog wat extra groente toe aan de panklare soep uit het Financieel Dagblad. "De omzet van de detailhandel daalde terwijl de omzet van internetbedrijven 18% steeg".

'Winkels worden showrooms zonder transacties' Mede door de opkomst van online shoppen kan de winkeloppervlakte de komende tien jaar ‘wel eens met 20 tot 35 procent verminderen’, schrijven PBL en CPB. ‘Een deel van de online detailhandel zal bovendien door de fabrikant worden overgenomen. Bron Twinkle

4 September 2013. Webshops doen winkels laten verdwijnen, zo blijkt uit het onlangs verschenen rapport `Winkelen in het internettijdperk` van het Ruimtelijk Planbureau. Bron MKB Servicedesk.

22 December 2014. Frank Quix, directeur van Q&A. Sinds de economische crisis in 2008 zijn in ons land 22.000 winkels verdwenen blijkt uit berekeningen. Consumenten kopen ook steeds meer online. Was dat in 2007 voor diezelfde mode nog 2,5 procent, dit jaar loopt dat op naar 12 procent. Bron RTL nieuws

Jitse Groen van thuisbezorgd.nl krijgt een podium bij RTLZ en zegt: 'Over 10 jaar is helft van winkels verdwenen. Journalisten die al gefascineerd zijn door het tech-gehalte van een snelkookpan luisteren ademloos toe. Als je een uurtje zoekt op Google, maar welke journalist heeft daar nog de tijd voor, kom je tot verrassende andere inzichten. Zo heeft Nederland per inwoner van Europa de meeste winkel vierkante meters. Dat zet je wel even aan het denken. 


De meeste vierkante meters, huren die dertig procent hoger liggen dan reëel is en een gebrek aan koopkracht. Dat lijkt me op zichzelf al een dodelijk cocktail zonder ook maar één online shop.
Detailhandel Nederland wijst er op dat Nederland per inwoner de meeste vierkante meters winkel van heel Europa heeft. Om de leegstand omlaag te krijgen, moeten ‘winkelgebieden zonder perspectief’ worden herbestemd of gesloopt. Bovendien moeten de huren omlaag.
Oktober 2012. 

Het totale vloeroppervlak van alle winkels in Nederland is de afgelopen 4 jaar met ruim 1 miljoen vierkante meter uitgebreid. Het blijkt dat het gemiddelde winkeloppervlak per winkel fors gestegen is over de laatste 4 jaar. Bron Nu.nl

14 juli 2015. Drie jaar geleden werd de stelling geponeerd dat binnen vier jaar een op de drie winkels zou verdwijnen. „De realiteit is dat in de detailhandel in ruim 2,5 jaar tijd 2581 winkels zijn verdwenen”, aldus de retailspecialist Paul Moers. “Kijken we naar de afgelopen tien jaar, dan zien we dat bij elkaar circa 5000 winkels in de detailhandel uit de voorraad zijn gegaan: 5% in tien jaar. Dat is een gemiddelde van 500 per jaar.” Bron De Financiële Telegraaf.

Hans van Tellingen heeft samen met Gerard Zandbergen (van Locatus) en Joost de Baaij (van Syntrus Achmea Real Estate & Finance) zijn twijfels uitgesproken over de online omzetaandelen. Het netto aantal vierkante meters winkelruimte blijft ongeveer hetzelfde. 95% van alle consumentenbestedingen vindt plaats in de fysieke winkel. Het netto metrage aan winkelruimte blijft ook in de toekomst ongeveer hetzelfde.

Er gaan helemaal geen 30.000 winkels verdwijnen. Volgens onderzoeksbureau Locatus is de leegstand vorig jaar opgelopen tot ruim 7%. “Dat cijfer klopt. Het wegvallen van winkelruimte op minder geliefde locaties wordt vaak volledig gecompenseerd door de aanwas van nieuwe ruimte in populaire gebieden. Volgens Hans van tellingen vindt er een reshuffling plaats, maar netto houden we ongeveer dezelfde vierkante meters winkelruimte over als vroeger.” Bron Shoppermarketing

Januari 2016. Het einde van het gratis thuisbezorgen vanwege de kosten is maar de helft van het verhaal. Online spelers maken de gang naar fysieke winkels. Zo heeft Coolblue inmiddels zeven fysieke vestigingen, nam Neckermann.com recent de winkels van de kijkshop over en experimenteert Zalando met fysieke winkels in Berlijn en Frankfurt. Zoals een recent onderzoek van het Amerikaanse ICSC, dat de Amerikaanse kerstinkopen analyseerde, liet zien.


“The story of bricks versus clicks is an old one, the story is now one of a shopper getting the best of both worlds, using online research and capabilities to inform physical purchases. Internethandelaar Amazon zegt plannen te hebben om tot vierhonderd fysieke boekwinkels te openen. Het is waarschijnlijk nog maar een kwestie van tijd voordat de eerste Zalando winkels in het Nederlandse straatbeeld zullen verschijnen.

Hoe langer je er over nadenkt hoe duidelijker het wordt dat het internet niet alleen zijn eigen verhalen creëert maar die ook in stand houdt en voedt. Er is geen aanwijsbare relatie tussen het verdwijnen van winkel vierkante meters en het online shoppen. 


Alsof de impact van een Bol.com, Zalando of Coolblue de ontwikkelingen van ketens als Primark, Action of de Zara teniet kunnen doen. Ketens die sneller groeien en meer winst genereren dan hun online opponenten. Alsof de opkomst van online partijen als thuisbezorgd.nl of booking.com invloed zouden hebben op de winkel vierkante meter ontwikkelingen.

Er verdwijnen helemaal geen winkel vierkante meters er komen juist meters bij.

Als het puntje bij paaltje komt, blijkt er van afname van winkel vierkante meters geen sprake. Integendeel er kwamen winkel vierkante meters bij. Sinds 2005 zijn er tot begin 2014 ruim 9,2 miljoen vierkante meter toegevoegd tegelijkertijd werd ook bijna 7.6 miljoen vierkante meter aan de voorraad onttrokken. Per saldo kwam er dus nog 1.6 miljoen vierkante meter winkel bij. 


De vierkante meters die verdwenen passen waarschijnlijk eerder in een beeld van mismanagement, overbewinkeling, onrealistische huurprijzen en gebrek aan koopkracht dan aan een gevolg van de online ontwikkelingen. De teloorgang van de kritische journalistiek zorgt ervoor dat we steeds vaker artikelen lezen die gratis worden aangeleverd met een doel of een belang. Dat heeft gevolgen die niet te overzien zijn.

maandag 30 november 2015

De 22 marketing wetten van Ries en Trout. Zijjn ze nog actueel.

Marketing is geen strijd van producten maar van percepties. Zijn de marketingwetten van Ries en Trout nog steeds actueel?
Het internet en de smartphone hebben de manier waarop we met elkaar communiceren veranderd. Misschien is wel de belangrijkste verandering dat we op elk willekeurig moment kunnen beschikken over gewenste informatie. We kunnen er niet alleen overal en altijd vrijwel gratis over beschikken we kunnen ook zonder noemenswaardige kosten informatie op het internet plaatsen en delen.

Mensen maken in hun zoektocht naar nieuwe producten en diensten gebruik van die informatie. Zoekmachines zijn een bijna onmisbare schakel geworden. Geen wonder dat het internet bij uitstek de plek is geworden om klanten te vinden, te binden en te verleiden. Heeft het internet mensen veranderd op zo’n manier dat oorspronkelijke marketing ideeën van Kottler niet meer opgaan?

Is het gedrag van mensen, de manier waarop we denken, beslissingen nemen of wat we belangrijk vinden in de afgelopen twintig jaar echt veranderd of veranderde alleen de manier waarop we informatie verzamelen en met elkaar communiceren? Hoewel de online georiënteerde generatie marketeers graag wil geloven dat de koopgedrag drastisch is veranderd stelt de Australische Professor Byron Sharp in zijn boek “How brands grow” dat de fundamentele patronen in ons koopgedrag juist onveranderd stabiel zijn. Uitspraken die worden gedaan op basis van langjarig onderzoek. Het brein is efficiënt en neemt honderden miljoenen beslissingen per dag onderbewust. Slechts vijf procent van onze beslissingen vinden echt bewust plaats. Het zou ook vreemd zijn, terwijl we weten dat mensen nog steeds worden aangedreven door systemen uit de oertijd zou ons primaire systeem om beslissingen te nemen in een tijdspanne van slechts tien jaar dankzij het internet zijn veranderd.

In 1970 kwamen Ries en Trout op basis van 40 jaar veldwerk met hun 22 marketingwetten. Wetten bedoeld om meer inzicht te geven van het waarom het ene marketing idee leidt tot succes en het andere niet. Wetten bedoeld voor ondernemers, marketeers en managers. Ze noemden hun wetten onwrikbaar en maakten een vergelijking met de natuurwetten. Zonder het idee volledig te kunnen zijn en me ervan bewust dat er talloze uitzonderingen zijn nam ik de eerste vijf, in mijn ogen belangrijkste wetten, nog eens door.

Wet één, de wet van het leiderschap stelt dat het beter is de eerste te zijn dan beter.

Het belang van die wet wordt onderstreept met de vraag of je kunt vertellen wie de eerste persoon was die solo de oceaan overvloog? Charles Lindberg zit inderdaad wel ergens in het geheugen. De naam van de nummer twee, Bert Hinkler doet bij niemand een bel rinkelen. Het leidende merk in elke categorie is bijna altijd het eerste merk in de geest van de consument. Tesla maakt kans om het domein elektrisch rijden te claimen want hoewel Nissan met de Leaf de meeste elektrische auto's verkoopt kan Tesla toch de mentale winnaar worden in deze categorie. Tessla kan bovendien gebruik maken van het principe van wet drie. Het is beter de eerste te zijn in de geest van de klant dan de eerste op de markt. Een wet die bijvoorbeeld door Albert Heijn, die denkt het concept van Hello Fresh te kunnen kopiëren met zijn AH maaltijd box, met voeten treedt. Je voelt op je klompen dat dat laatste concept het niet gaat redden.

Wet één is naadloos verbonden aan wet twee. De wet van de categorie. Als je niet de eerste kunt zijn in een categorie verzin dan een nieuwe categorie waarin je wel de eerste kunt zijn.

De tweede man die solo de oceaan overvloog Bert Hinkler zijn we vergeten. Misschien kennen we wel de eerste vrouw die de oceaan overvloog Amelia Earhart. Zij was niet de derde persoon die solo de oceaan overvloog maar wel de eerste vrouw. Apple verzon een nieuwe categorie voor de telefoon en creëerde de smartphone, een computer waarmee je ook kon bellen. Daarmee werd de schijnbaar onaantastbare positie van telefoongigant Nokia in slechts een paar jaar verpulverd. Red Bull creëerde een nieuwe categorie frisdrank, de energydrank en werd nummer één in zijn zelf gecreëerde categorie wie de nummer twee is zou ik niet weten.

Marketing is geen strijd van producten maar van percepties.

Wanneer het aankomt op positioneren is wet vier misschien wel het meest van belang. De wet van de perceptie. Marketing is geen strijd van producten maar van percepties. Digitaal georiënteerde bèta marketeers zijn geneigd om te denken dat je met feiten, analyses en onderzoeken het beste product kunt lanceren. Psycholoog en Nobelprijs winnaar Kahneman rekent in zijn boek “Ons feilbare denken” af met de berekenende consument en schets een beeld van mensen die op irrationele gronden beslissingen nemen. Hoewel dit al sinds jaar en dag bekend is moet die boodschap kennelijk steeds worden herhaald. Verklaarbaar, waarschijnlijk zien mensen zichzelf liever als slim en controlerend dan als een systeem van toevalligheden.

De strijd om de gunst van de klant speelt zich af in het brein. Bijzonder hoogleraar Giep Franzen schrijft in "De mentale wereld van merken" dat een merk associaties oproept en alleen bestaat in het geheugen van mensen. Er bestaan geen beste producten, Ries en Trout schreven al dat zoiets een illusie is. Er is geen objectieve realiteit en er bestaan geen feiten. Alles wat er in de wereld van de marketing bestaat zijn percepties en een associatienetwerk in de geest van de klant. De discussie spitst zich verder toe wanneer het gaat om de verschillen tussen business to business FMCG of dienstverlening. Hoewel besluitvorming varieert groeien merken doordat ze erin slagen associaties in het brein van de klant te bouwen. Vertrouwen is nog steeds één van de belangrijkste drivers achter elke transactie.

Voor het idee dat klanten die irrationeel een zak chips kopen bij de aanschaf van een huis, hefbrug, verzekering of een administratiepakket plots wel rationeel handelen, bestaat geen enkele onderbouwing. Niet anders dan dat we dat graag willen geloven. Er is geen enkele objectieve reden waarom je een smartphone van Apple zou willen hebben, Een BMW X5 of een tas van Louis Vuitton. Er zijn voldoende alternatieven die hetzelfde leveren voor een fractie kosten.

Wet vijf is de wet van de focus. Deze wet gaat over het idee dat het machtigste concept in de marketing het bezit van een woord is in de geest van de klant.

Als je er in slaagt de focus te versmallen tot één woord kom je misschien wel in de buurt van het ultieme aanbod. Deze wet krijgt in het door Google gedomineerde marketing tijdperk een extra misschien nog wel interessantere lading. Bedrijven zoeken woorden die financieel aantrekkelijk zijn en een bijdrage leveren aan lead generatie. Internet marketing is vooral gericht op conversie en niet op merkontwikkeling. Veiligheid is sinds jaar en dag bijvoorbeeld het kernwoord van Volvo, belangrijk als je praat over focus. Als ik het woord veiligheid, safety of seguridad intik op Google zie ik geen artikel of advertentie van Volvo. Ook verzekeraars tonen geen enkele interesse voor het woord veiligheid terwijl er toch zo'n 60.000 mensen per jaar op het woord zoeken. Merken werken online zo hard aan korte termijn lead generatie dat marketeers de mentale positie van het merk misschien wel een beetje uit het oog verliezen.

Danzkij het internet veranderde misschien wel vooral de manier waarop marketeers denken dat mensen denken.

De wetten van Ries en Trout die vooral betrekking hebben op het opbouwen van een associatienetwerk in het brein van de klant lijken niet aan kracht te hebben ingeboet. Recent werk van Kahneman en Sharp onderschrijven ze eerder. Het internet heeft waarschijnlijk niet zozeer het gedrag of de manier waarop mensen denken en beslissingen nemen veranderd, daar gaan tientallen generaties overheen. Wat misschien wel veranderde dankzij technologische en vooral digitaal gedreven ontwikkelingen is de manier waarop marketeers denken dat mensen denken.

Heb je tot hier gelezen dan vind je waarschijnlijk dit artikel ook interessant.
-Koopmotieven van mensen zijn niet rationeel.

dinsdag 27 oktober 2015

Was de schaamrood advertentie van Volkswagen echt wel zo verkeerd?

Volkswagen heeft de zaak bedonderd en moet nu verder. In dat kader werd vorige week een advertentie geplaatst, een advertentie gemaakt door het reclamebureau van Volkswagen DDB & Tribal waarin Volkswagen zegt een fout te hebben gemaakt en er alles aan te doen om klanten die geraakt worden te helpen. De schaamrood advertentie werd verschillend ontvangen maar de teneur van de commentaren van de reputatieprofessionals was helder. Een verkeerd signaal. Een advertentie die teveel op een advertentie lijkt, een kunstje van het reclamebureau, Volkswagen moet dieper door het stof. Zeggen dat je een fout maakt is niet voldoende. Volkswagen moet onmiddellijk openheid van zaken geven en de oplossing aandragen. Reclame coryfee Wim Ubachs schreef in reclamevakblad Adformatie, Je moet wel begrijpen dat je niet datzelfde onderkoelde VW-toontje kunt gebruiken zoals je altijd deed. Bram Koster, de community manager van Marketingfacts, het vakblog voor de marketeer, schreef over dezelfde advertentie, Sorry seems to be the easiest word. Een artikel met de strekking dat sorry zeggen wel heel gemakkelijk is, een artikel dat op veel bijval kon rekenen op de sociale media. Maar wat zeggen de feiten?

Op hoofdlijn hebben de commentaren dezelfde strekking en ook op de sociale media moet de advertentie het ontgelden. Dat Volkswagen zijn klanten bedonderd heeft is een ramp voor alle betrokkenen. Daar kan geen misverstand over bestaan. Het riep bij mij wel de vraag op of het werkelijk zin heeft om volledig te breken met de communicatiestijl die het merk Volkswagen mede groot heeft gemaakt? Hoe belangrijk vinden de miljoenen klanten, die een relatie hebben met het merk in veel gevallen hun merk, het om diep door het stof te gaan?

Terwijl Volkswagen het druk heeft met het organiseren van terugroep acties slijpen advocaten de messen. Ze staan klaar om het concern naar de afgrond te procederen vanwege een frauderende afdeling van tien of honderd man. Getallen tot wel 100 miljard aan claims circuleren op het internet. Het Volkswagen concern geeft werk aan 550.ooo medewerkers. Samen met toeleveranciers gaat het om miljoenen mensen die financieel afhankelijk zijn van het concern. Mensen met een meer dan gemiddelde interesse voor Volkswagencommunicatie. Ze zitten in de advertentie doelgroep zeg maar.

En wat vindt de Volkswagenklant er van want daar draait het natuurlijk ook wel een beetje om als je advertenties maakt. Een advertentie van Volkswagen wordt door deze groep met bovengemiddelde belangstelling gelezen. Volkswagen verkoopt wereldwijd nog steeds iets van 25.000 auto’s per dag. Tien miljoen auto's per jaar. Dat zijn veel klanten. Volkswagen heeft een Europees marktaandeel van ca. 25%. In grote lijnen kan dat er op neerkomen dat er in Nederland vandaag de dag zo rond de twee miljoen klanten in een auto van het Volkswagen concern rijden. Niet een onbelangrijke doelgroep.

Hoe reageren die klanten op het Volkswagen-echec. Zijn ze boos, verdrietig, teleurgesteld? Trokken ze hun aankoop orders in, stappen ze nu het vertrouwen zo diep is geschaad en masse over naar een ander automerk? Komen ze niet meer naar de showroom? Daarover komen nu de eerste getallen binnen.

Trouw bericht “Uit de cijfers van ACEA valt niet op te maken of het schandaal rond Volkswagen een negatieve invloed had op de verkoop van de betreffende dieselauto's. Ze vatten de verkopen van alle modellen die op de Europese markt worden verkocht samen. De verkoopcijfers van VW passen in de lijn van de totale autoverkopen in de EU. Die namen in september voor de vijfentwintigste achtereenvolgende maand toe, ditmaal met bijna 10 procent”. Autoweek schrijft “Volkswagen heeft in september toch meer auto's verkocht in de VS dan een jaar eerder, ondanks het dieselschandaal dat halverwege vorige maand aan het licht kwam. Het geplaagde concern maakte donderdag bekend ruim 26.000 auto's te hebben verkocht, 0,56 procent meer dan in september 2014 en Advertising Age meldt “A Month Into VW Scandal, No Sales Meltdown”. "Even so, dealers are seeing enough conventional showroom traffic to reassure them that the bottom won't drop out this month". Het zijn natuurlijk maar eerste indicaties maar klanten doen misschien toch wel iets anders dan ze zeggen. Een niet onbelangrijk gegeven als je een advertentie campagne bedenkt.

De vraag dient zich dan aan wat de beste communicatie richting is. Communiceren vanuit het gevoel en verder poetsen in een vlek of de draad oppakken en teruggrijpen naar een voor je klanten vertrouwde tone of voice? Gaat het in communicatie om de taal van het gevoel of om de continuïteit van het bedrijf en gaat dat in dit soort situaties eigenlijk wel samen? Er zijn genoeg omstandigheden die je kunt aandragen om te twijfelen of die schaamrood advertentie nu werkelijk zo verkeerd was.

Marketeers worden misschien wel gedwongen sneller resultaat te leveren dan gezond is voor het bedrijf.

Dreft gaat langer mee.
De consument heeft een hekel aan irritante online reclame en als de technologie het mogelijk om die irritatie te ontlopen zullen ze dat doen. Ik ken geen mens die door blijft lopen met een steentje in zijn schoen. Toch zijn we voorlopig nog niet van de irritatie opwekkende internetreclame af. De discussie over irritante reclame bereikte deze week een nieuw hoogtepunt toen Cees Wijnnobel, de baas van de VEA zich over dit onderwerp uitsprak. Hij riep reclamebureaus en adverteerders op om te stoppen met reclame die louter irriteert. Een ietwat kortzichtige gedachte, hij had wat mij betreft wel iets meer diepgang mogen tonen over deze ontwikkelingen. Het causale verband tussen irritatie opwekkende boodschappen en de werking bestaat immers amper. Leuke onderhoudende reclame werkt niet per definitie beter. Ik ben zelf opgegroeid met de boodschap dat Dreft langer meegaat. Die boodschap is mij tot vervelens toe door de strot geduwd. In de spelonken van mijn brein is deze boodschap wel ergens vast verankerd. Of het nu waar is of niet als ik voor het schap van de wasmiddelen sta en ik moet kiezen tussen het onbekende product x of Dreft dan is de keuze afhankelijk van de dikte van mijn portemonnee snel gemaakt. We doen nu eenmaal andere dingen dan dat we zeggen.

Marketing is vanzelfsprekend meer dan denken in leads en communicatie, toch ontkomen ook productontwikkelaars en marketeers die zich buigen over bijvoorbeeld service design of de customer journey er niet aan dat er sneller resultaten moeten worden geboekt. Misschien wel sneller dan gezond is voor een onderneming. Onder die druk kunnen besluiten worden genomen die op en soms over de grens gaan en niet altijd het belang van de klant dienen. Dat deze druk kan leiden tot excessen spreekt voor zich. Goed beschouwd zouden marketeers misschien wel verplicht langer aan een onderneming verbonden moeten zijn zodat er gewerkt kan worden aan lange termijn resultaten. Beursgenoteerde ondernemingen rapporteren tegenwoordig per kwartaal met in hun kielzog het wat grotere MKB. Dat is niet altijd zo geweest. Dat brengt met zich mee dat er elk kwartaal een verbetering van de resultaten zichtbaar moet zijn. Carrières van marketeers volgden de laatste tien jaar min of meer dezelfde lijn. Lang werken voor dezelfde werkgever is iets van vroeger. Dat werkt korte termijn denken verder in de hand. 


Ook de relaties tussen bedrijven en hun creatieve toeleveranciers is veranderd. Van samenwerken aan het merk naar inkopen per project. Een manier van samenwerken die toch met name prijsgedreven is en wederzijds investeren in kennis en de lange termijn onrendabel maakt. Een marketing strategie presenteren die pas succesvol is na een jaar of vijf is praktisch onverkoopbaar geworden. Marketing is steeds meer een korte termijn dingetje aan het worden. Een project met de nadruk op de korte termijn.

In dat daglicht is de focus op middelengedreven marketing verklaarbaar. Als je korte termijn succes kunt boeken door via internetadvertenties leads te genereren ben je gek als je dat niet doet. Dat de advertenties irritatie kunnen opwekken neem je dan op de koop toe. De consument bepaalt immers met clicks of views zelf wel of die advertentie werkt en er is misschien nog wel nog een factor die de opkomst van irritante internetmarketing heeft opgestuwd. Het is sexy. Internetmarketing is nieuw en nieuw is beter dan oud dat hebben reclamemakers er goed ingeramd. De zoektocht naar korte termijn succes in combinatie met de mogelijkheden van het internet hebben een massieve verschuiving van het communicatiebudget teweeggebracht, van offline naar online, van zaaien naar oogsten.

Over het lange termijn effect van deze verschuiving tasten we in het duister. Dat het terugbrengen van investeringen in het merk ten faveure van kortere termijn verkoopsucces een eroderende werking heeft op de kracht en daarmee op de toegevoegde waarde van het merk staat vast. De verschuiving van offline naar online marketing is echt niet alleen ingegeven door een betere beleving voor de consument, het gaat ook gewoon om het resultaat.

zondag 18 oktober 2015

Lieve marketing mensen van Essent, hoe je van een tevreden klant een ontevreden klant maakt.

Ik ben een jaar of tien klant bij Essent, eigenlijk al zolang ik op mijn huidige adres woon. Afgelopen zaterdag kocht ik iets in de Mediamarkt in Leeuwarden. De vriendelijke verkoper attendeerde mij op een servicepunt van Essent. Je kon er vrijblijvend even laten controleren of je wel het juiste contract hebt. Aangezien ik niet precies weet wat Essent allemaal kan bieden, marketeers zijn er immers in geslaagd om van een simpele dienst iets zeer gecompliceerds te maken, besloot ik op het voorstel in te gaan. De mediamarkt verkoper noteerde met plezier de verwijzing in zijn orderboekje.

Ik kon me vervoegen bij een man achter een computer, laten we hem Edwin noemen. Edwin opende het gesprek met de vraag of ik tevreden ben met Essent. Net als vrijwel alle Nederlanders heb ik 99.9% van de tijd energie. Wat kun je daar fout aan doen? Op basis van een postcodecheck werd mijn contracthistorie gelicht. Je weet dat ze het allemaal weten maar toch, op zo’n moment dringt die waarheid even extra tot je door. Op energiegebied weet Essent alles van mij. Een man als Edwin in een lokale mediamarkt kan het allemaal even bekijken. Het bleek al snel dat ik een te duur contract had. Een zogenaamd variabel contract wat zoveel betekent dat ik op elk moment naar een andere energieleverancier mag overstappen. 


Nu kan Essent op basis van mijn tien jaar klant zijn zien dat zoiets bij mij niet top of mind is. Essent kan bovendien zien dat ik als loyale klant teveel betaal. Een big data dingetje zeg maar. Op basis van mijn variabele contract kon Edwin me een aanbod doen. Een vast contract voor vijf jaar. Het voordeel zat hem in een soort spaarstaffel waardoor je over de gehele looptijd achteraf korting krijgt. Hoe mijn energie rekening er uit uiteindelijk uit zou zien hing af van het weer. Dat begreep ik niet helemaal want Essent kent het langjarig gemiddelde althans dat zou je mogen verwachten. Over een periode van vijf jaar aangevuld met wat klantkennis weet je dus vrij scherp wat de kosten zijn. Maar goed misschien was het toch wel een goed idee. Ik ben immers tevreden en wil helemaal geen andere leverancier. Edwin wilde wel graag het contract afsluiten in de Mediamarkt. Hij zou me het contract daarna ook nog wel even mailen. Moest ik wel binnen een vaststaande periode reageren anders ging het nieuwe contract automatisch in. Waarom zoiets nodig is voor een loyale klant lijkt mij hogere wiskunde. De Essent campagne waarin het concept comfort centraal staat is op de marketingafdeling kennelijk nog niet helemaal doorgedrongen.

Ik wilde het even op me in laten werken. Ik vroeg Edwin nog wel naar zijn verkoperscode, wanneer ik besloot om gebruik te maken van zijn aanbod mocht hij wat mij betreft deze sale bijschrijven. Dat leek me redelijk. Dat niet alleen, ik gaf Edwin daarom ook nog mijn telefoonnummer zodat hij me aan het eind van de week even kon bellen. In de loop van de avond ontving ik zoals niet was afgesproken toch een contract in de mail waarop ik binnen vijf dagen moet reageren. Niet dat ik mijn mailadres had gegeven, die had Edwin voor het gemak maar even uit de Essent database gehaald. Ik besloot direct te reageren, zo had ik het immers niet afgesproken. Ik wilde gewoon even een reply mailen. Helaas, dat bleek niet mogelijk. Opzet natuurlijk, uit statistieken zal blijken hoe moeilijker je het een klant maakt om te reageren hoe hoger de uiteindelijke score zal uitpakken. Als loyale klant die al tien jaar teveel betaalt moet ik nu dus contact opnemen met Essent om een contract te annuleren waar ik waarschijnlijk niet op zit te wachten. Geen comfortabel idee. 

Lieve marketingmensen van Essent, op basis van een paar simpele controles hadden jullie kunnen zien dat ik een trouwe klant ben die al jaren teveel betaalt. Je selecteert gewoon op het tabje contracten, daarna selecteer je op variabel en kijk je hoe lang deze mensen al klant zijn. Een kind kan de was doen. Je had me daarna gewoon kunnen bellen en vertellen dat jullie geconstateerd hadden dat ik als loyale klant meer betaal dan noodzakelijk. Daar hadden jullie me blij mee gemaakt, comfort gegeven zoals jullie dat graag willen. Op basis daarvan hadden jullie me vrijblijvend een voorstel kunnen doen om een vaste overeenkomst aan te gaan zodat ik beloond zou worden voor mijn trouwe klanten status. Na een week had je me gewoon nog een keer kunnen bellen om te vragen of alles duidelijk was. Dat had een nog tevredener klant opgeleverd misschien zelfs wel een ambassadeur en niet onbelangrijk het had jullie bijna niets gekost. 

In plaats daarvan hebben jullie nu een klant die zich geen klant voelt en op basis van zijn variabele contract  misschien toch wel op zoek gaat naar een andere leverancier. Echt, marketing hoeft niet zo ingewikkeld te zijn. Mocht dit verhaal onduidelijk zijn dan kun je me gewoon bellen voor een vrijblijvend advies en dat hoeft niet binnen vijf dagen. Edwin heeft mijn nummer. 


woensdag 10 juni 2015

De meest optimale conversie begint waarschijnlijk met een big idea.

Een Big Idea gaat een leven lang mee
De aandacht voor het ongrijpbare vakgebied van creatieve conceptontwikkeling als vertrekpunt voor een heldere positionering is onder het geweld van de mogelijkheden van het internet verstomd. De focus is de afgelopen 20 jaar gestaag verschoven naar aandacht voor de middelen. Met middelen doel ik niet alleen op de mogelijkheden van een Abri of Facebook. Ook het ontwikkelen van content is voornamelijk een middelen discussie. 

Ik zou graag een lans breken voor creativiteit die kan leiden tot de ontwikkeling van een big idea. 

De hedendaagse marketingtrend is bèta georiënteerd en heeft alleen al meer een focus op getallen en diagrammen zeg maar het controleerbare onderdeel van het communicatie proces. Reclamebureaus, de creatieve ideeën fabrieken van de jaren vijftig tot de jaren negentig van de vorige eeuw hebben hun leidende rol verloren. In de meeste gevallen omdat ze de aansluiting met het internet niet konden maken. Maar nog meer omdat de aandacht van positionering, creativiteit en merk-creatie is verschoven naar de aandacht voor middelen en korte termijn resultaten.

Een goede gekozen merkpositionering gaat een leven lang mee 

maar meestal langer.

Centraal beheer had met Aad Muntz zo’n ideeën man, reclame coördinator stond er geloof ik op zijn visitekaartje. Hij legde de basis voor de nog steeds lopende ‘even Apeldoorn bellen’ campagne. Theo Postma bedacht “het Zwitserleven Gevoel” of de Absolut Wodka campagne die meer dan 1500 verschillende advertenties opleverde en al 25 jaar loopt, net zo lang als de just do it campagne van Nike. Zo zijn er tientallen lang lopende marketing communicatie campagnes die allemaal begonnen met een onderscheidend creatief concept dat leidde tot een Big Idea.

“Positioning is not what you do to the product; it’s what you do to the mind of the prospect". 


De essentie van elk big idea. Het wordt onderschat. Een goed gekozen positie creëert waarde en geeft richting. Het werkt niet alleen extern maar is ook intern een bron van inspiratie.Niet onbelangrijk, big idea's laten zich moeiteloos distribueren naar alle denkbare platformen van Televisie tot Twitter, en zorgen voor een betere conversie. 

Bèta marketeers praten liever over content strategieën, ROI, conversie, de customer journey en service optimalisatie.

Onbekend maakt nog steeds onbemind. Alleen al daarom zal een sterk merk voor de meest optimale conversie zorgen, toch stoppen we er weinig energie in. We geloven wel in het sprookje van Big Data maar kennen nauwelijks succesvolle cases. Discussies gaan over ROI en conversie een overzichtelijke en veilige numbersgame. Je nek uitsteken om een Big Idea te creëren dat een leven lang mee kan gaan is een heel ander verhaal. Zo’n idee dat je kunt samenvatten in een kopregel, een plaatje en een pay-off en waarvan iedereen in oogopslag begrijpt wat je bedoelt. 


Niet vreemd, het is meest ingewikkelde en risicovolle onderdeel van elke strategie. Het is eigenlijk het enige moment waarop een marketeer echt zijn nek uit moet steken zonder data om het idee te ondersteunen. Zie je die marketingbaas binnenlopen bij de raad van bestuur van KLM en vertellen dat ze iets met zwanen gingen doen? Dat vereist moed en inzicht. Zonder data om een verhaal te ondersteunen lopen marketeers op dun ijs, logisch dat dat wordt vermeden.


Als je tot hier hebt gelezen dan heeft dit artikel ook je interesse.
Positionering anno 2017 moet naar buiten toe kloppen maar vooral ook steeds meer overeenstemmen met de binnenkant van de organisatie

zaterdag 18 april 2015

Elk zoekresultaat is een advertentie.

"Ik zoek een koelkast"
Vrijwel elke customer journey begint bij Google. Het is dan ook niet verwonderlijk dat we een innige vriendschap hebben gesloten met de zoekmachine. Wat is begonnen als een aardig idee, klanten zochten naar een koelkast en dan kocht je in de reclameblokjes naast het antwoord een blokje met de tekst “koop toch vooral mijn koelkast”, is uitgegroeid tot een marketing monster. Laten we zeggen dat dat deel één was. In deel twee besloten we dat het nodig was om teksten te manipuleren zodat Google ze beter ging ranken. Zo hebben we teksten gekregen die niet prettig leesbaar zijn maar waarbij wel tien keer het woord koelkast op juiste plek staat. We zijn nu in deel drie aangekomen waar eigenlijk iedereen die woord, beeld of geluid kan produceren meewerkt om Google te manipuleren. De stappen zijn natuurlijk incompleet maar geven context.

Het algemeen gevestigde idee is nu, versterkt door de mogelijkheden van Google, dat klanten het niet fijn vinden om gestoord te worden met commerciële boodschappen terwijl ze zoeken naar een koelkast. Dat moet in alle rust gebeuren. Dankzij Google weten we precies wanneer die klant zoekt naar een koelkast. Interuptiemarketing is dood verklaard, de klant bepaalt zelf wel wanneer hij informatie over de koelkast tot zich neemt. Om die kans niet te missen verspreiden we verhalen met de koelkast in de hoofdrol. We luisteren naar het verhaal van de oude meneer Siemens die tijdens het eten de koelkast uitvond. Niet omdat hij er geld mee wilde verdienen maar omdat hij met gekoeld voedsel de gezondheid van de mensen wilde bevorderen. 
We worden meegenomen in de de why van Siemens waar Sinek waarschijnlijk zoiets voor zou opschrijven. "Siemens, We Make The World A Healthy Place". 

Met juiste tekstopbouw, mediadruk en met professioneel gebruik van de koelkast community wordt de gewenste boodschap gestaag omhoog geduwd in de zoekresultaten. Siemens gaat die boodschap niet zomaar pushen maar wordt zelf een uitgever. Zo worden we getrakteerd op video’s waar koelkasten van de trap af worden gegooid. Er worden wedstrijden georganiseerd door John de Mol, wie het langst in een koelkast kan zitten en we verzinnen online projecten waarbij jezelf een koelkastdeur kunt stylen. Een Facebook pagina en een Twitteraccount over de koelkast completeren het geheel. Heb je eenmaal ergens het woord koelkast ingetikt wordt je snel op Twitter benaderd door een koelkast verkoper. Het is één systeem. 

Allemaal prima het is immers de nieuwe marketing realiteit. Waar ik me wel over verbaas is de objectiviteit die wordt toegedicht aan deze manier van werken. Alsof je iets goed doet voor klanten die een koelkast zoeken. Als je “ik zoek een koelkast” intikt krijg je zeven miljoen resultaten. Zonder manipulatie is het onmogelijk dat jouw koelkast nog wordt gevonden. Zo krijgt de klant geen objectief advies maar commercieel voorgesorteerde informatie. Elk resultaat is eigenlijk een gekochte advertentie en nieuwe vorm van interuptiemarketing. Misschien is het beter dat we daar wat eerlijker over zijn.

zondag 1 maart 2015

Retailers hebben er niets van begrepen of hebben we een beetje boter op het hoofd?

In de toekomst alleen nog online te bezoeken.
In online kringen wordt gelachen om de taxichauffeurs. Met de komst van Uber worden ze uit de markt geprijsd. Hadden die taxichauffeurs zich maar aan moeten passen lees ik overal. Dat lijkt me niet zo makkelijk als je van de overheid eerst voor een klein fortuin hebt moeten investeren in een vergunning en een opleiding. Dat geld hadden ze in de meeste gevallen niet en werd geleend van de toen nog vriendelijke bank. Die kosten sleur je heel lang mee. Niet leuk als je gezin ervan moet eten. 

Gelachen werd er de afgelopen week ook over het gebrek van innovatiekracht van de retail. Deskundigen rolden over elkaar heen om vooral de kracht van het internet te prijzen over gemiste boten en oh ja de beleving en inspiratie van de stad dat zijn ook codewoorden geworden. Ook dat lijkt me niet zo makkelijk met winkeliers die huurcontracten hebben die soms wel tien of wel twintig jaar lopen. 

Veel retailers zouden moeiteloos de crisis hebben overleefd wanneer ze hun vaste kosten flexibel hadden kunnen inrichten. Dan hebben we het nog niet eens over de vaste kosten van medewerkers die soms al tien of twintig jaar op de loonlijst staan,

Wanneer huurprijzen vandaag geactualiseerd zouden worden naar de reële waarde pakken in veel gevallen de vaste kosten tot wel dertig procent lager uit. 


Eerlijk gezegd denk ik dat veel web initiatieven het loodje zouden leggen omdat ze daar niet tegen kunnen concurreren. Huurprijzen van A1 locaties zijn gebaseerd op winkeltraffic, potentieel koperspubliek. Een stuk van de marketing kosten zit als het ware verrekend in die huurprijs. Als dat koperspubliek wegblijft moeten de prijzen worden aangepast zodat retailers budget kunnen creëren voor marketing die wel klanten trekt. 

Te hoge huurprijzen zorgen voor te hoge productprijzen in de winkel waardoor retailers met moeite kopers kunnen aantrekken. Betalen voor A1 locaties op basis van het huidige koopgedrag is als adverteren in een krant die nooit door de brievenbus van een klant wordt geduwd. Als er geen kopers komen is een A1 locatie in de stad net zo waardeloos als een locatie op een verlaten industrieterrein. 

Veel panden op A1 locaties in steden staan leeg omdat de vroegere eigenaren ze al volledig afbetaald hebben. Vaak wonen ze er nog boven of zitten ze op een zonnig eiland genietend van hun pensioen. Zo’n pand zit ze gewoon niet meer in de weg en de eigenaren wachten op betere tijden.

Vastgoedondernemers kunnen in voorkomende gevallen domweg geen lagere huurprijzen accepteren. 


Een lagere huurprijs betekent een lagere taxatiewaarde van het onroerend goed. Een lagere taxatiewaarde kan er in resulteren dat de eigenaar vermogen moeten aanzuiveren. Simpel gezegd de bank kan eisen dat er geld wordt bijgestort omdat er nu totaal andere verhoudingen van eigen vermogen versus schuld worden geëist dan pak hem beet zes jaar geleden. Een tijdje leegstand accepteren en wachten op een betere prijs lijkt dan een betere oplossing. Een duivelse spagaat ook voor de vastgoedeigenaren. 

Natuurlijk zijn er ook aardig wat vastgoedbedrijven die het loodje hebben gelegd, dat veroorzaakt dan weer leegstand die dan goedkoop wordt weggezet. Dat kan er in resulteren dat een nieuwkomer zoals de Action bijvoorbeeld de helft van de vierkante meter prijs van zijn directe buurman betaalt. Slim ondernemerschap lees ik dan. 

Ondertussen zorgen de gaten in de winkelstraten voor een onaantrekkelijk winkelbeeld en duwen stadsbestuurders bezoekers met krankzinnige parkeertarieven de stad uit richting de online shop. Voor een dagje parkeren in Amsterdam betaal je inmiddels net zoveel als twintig artikelen bij Zalando. 

We steken de loftrompet over de nieuwkomers. 


Die nieuwkomers zijn veelal techbedrijven uit Amerika die wel over alle flexibiliteit beschikken waar het gaat om het arbeidsrecht en daarbij ook nog eens afgestudeerd zijn in de kunst van het belasting ontwijken. Hoewel er miljarden worden omgezet begint bijvoorbeeld online retailer Amazon pas de laatste jaren mondjesmaat belasting te betalen. Geen level playing field. Daar kun je moeilijk tegen concurreren. 

Goed beschouwd willen we dat Nederlandse bedrijven snel schakelen en innoveren en kijken we met liefde en bewondering naar de disruptive modellen van overzee. Zodra het over de aantasting gaat van onze sociale verworvenheden zijn we echter minder flexibel en beroepen we ons op het arbeidsrecht dat stamt uit 1945. Dat gaat niet samen. 

Retailers hebben er niets van begrepen of hebben we een beetje boter op het hoofd? 

Als het er op aankomt kijken we bij de vriendelijke winkelier in zijn met liefde verzorgde etalage. Drinken gezellig wat op het terras in de stad en kruipen daarna thuis nog even achter de computer om bij een verlieslatende online retailer de schoenen of boeken te kopen die je in de stad had gezien, geroken en gevoeld. Daar maken we dan een Facebook post over en een Twitter bericht vol met lovende woorden over de prijs en de service. 

Het is niet het enige verhaal en natuurlijk gaat ondernemen niet alleen over kosten. 

Maar als we willen oordelen over de slagkracht, flexibiliteit en innovatie power van nieuwkomers is het wel goed om patronen en de worsteling te herkennen waar ondernemingen mee kampen die al 20, 30 en soms meer dan 100 jaar een bijdrage aan de economie hebben geleverd. Inmiddels vernielen we zelf de beleving en inspiratie van de stad waar we zo naar verlangen. 

Afgelopen weekend kon je het nog ruiken en horen. Volop zomer en iedereen was op de been, de stad was vol leven. We zijn zelf toch ook een beetje medeverantwoordelijk voor die inspiratie. In perspectief zie ik een Rijksmuseum dat je alleen nog online kunt bezoeken omdat de prijs van een kaartje te hoog is. Geen goed idee.

Als je tot hier hebt gelezen vind je dit misschien ook een aardig artikel.
De cijferfetisj van het online winkelen.

zondag 23 februari 2014

De grenzen verkennen van de geloofwaardigheid. Even niet meer bellen zegt Ben.

De Shell Helpt campagne werd 
omtrent 1977 ontwikkeld 
De pusher van telefoon abonnementen, Ben vertelt ons dat we vandaag niet moeten bellen, dat zou beter voor ons zijn zo'n dagje telefonische onbereikbaarheid. Ze zijn zelf overigens gewoon wel telefonisch bereikbaar. Ik verwonder me steeds meer over de verhalen die bedrijven vertellen op hun websites en in hun reclamecampagnes. Ik schreef er een paar weken geleden een blog over.

Geloofwaardigheid is voor een bedrijf een kernbegrip net als betrouwbaarheid en een oorspronkelijk onvervreemdbaar eigen thema. Elk bedrijf heeft nu een website waarop ze zo transparant mogelijk hun geloofsbrieven presenteren. Die transparantie levert wat mij betreft een steeds merkwaardiger uitleg van de activiteiten op. Ik werd recent opnieuw op dit spoor gezet toen op McResource, een interne adviessite van McDonald’s, viel te lezen dat het gebruik van Junk Food voor medewerkers werd afgeraden. De NRC schreef er een aardig artikel over. Als je een beetje googled op de site van de hamburgerketen kom je ook al snel uit bij de vijf pijlers onder hun bedrijf. Een van die pijlers blijkt dus een gezonde levensstijl te zijn (!). Afgelopen week werden we getrakteerd op het nieuws dat een docent biologie in drie maanden tijd 17 kilo afviel op basis van een McDonald's dieet. Opmerkelijk vond ik ook dat het AD, Nu.nl en de blog van het tijdschrift Linda het uitstekend getimede artikel zonder context plaatsten. De website welingelichte kringen (!) maakt het nog bonter en neemt het Amerikaanse artikel klakkeloos over uit The Daily Mail maar neemt daarbij niet de moeite om de Amerikaanse gewicht eenheden om te rekenen naar europese kilo's en komen zo met het verhaal dat de man 36 kilo afviel met een McDonald's dieet. Die berichten worden via de social media blindelings gepusht. Het is een interessante tegenstrijdigheid. De enige reden waarom dit soort artikelen aandacht krijgen is dat ze in de kern natuurlijk over de grens van de geloofwaardigheid gaan.  

Energiereus NUON verkoper van stroom benadrukt steeds vaker, overigens net als andere energiebedrijven dat we energie moeten besparen. Waarom een verkoper van stroom zich op dat pad begeeft is natuurlijk merkwaardig. Het is onnatuurlijk dat een verkoper van stroom ons aanbeveelt om minder stroom te gebruiken. Kennelijk accepteren we dat. De ANWB algemeen bekend als de vakbond van de automobilisten doet ook een sympathieke duit in het zakje. Op hun website komen ze met tips om minder autokilometers te maken en zo het milieu te ontzien. Daarvoor komen ze met alternatieven. Juist ja de bus, de trein en de fiets.
Als je Coca Cola intoets bij Google wordt je geconfronteerd met een uiterst curieuze tag. “welkom op de website van Coca-Cola Nederland. De website geeft informatie over merken, voeding & gezondheid, milieu en het bedrijf Coca-Cola”. Coca-Cola behoort wereldwijd tot een van de grootste suikerpushers en gezondheidsrisico’s van suiker worden steeds meer onderkend. Kennelijk heeft Coca-Cola dus het beste met ons voor. Zou het echt allemaal zo eenvoudig zijn. 

Heineken kan als wereldleider in de verkoop van alcohol natuurlijk niet achter blijven. In hun nieuwe commercial die ik de afgelopen week zag wordt ons aanbevolen om zo weinig mogelijk te drinken. Op die manier zou de nacht langer duren en ga jij uiteindelijk met de leukste partner naar huis. Dit idee wordt ondersteund met de slogan “great opportunities belong to moderate drinkers”. Alsof dat niet voldoende is werd recent DJ Armin van Buren ingehuurd als nieuw minder drinken boegbeeld. De campagne die de titel "Dance More, Drink Slow" draagt wordt wereldwijd uitgerold. Eigenlijk is het rijtje onuitputtelijk. De Shell helpt campagne die startte in 1977 en een jaar of vijf liep was voor Nederland misschien wel de moeder van alle PR campagnes. De website van het reclamearsenaal geeft daarover een aardig inkijkje. Shell komt nu nog steeds met tips en adviezen en hoe autorijders door een ander gedrag brandstof kunnen besparen. De Suikerunie zegt op haar website “ Suiker Unie vindt voorlichting over een gezonde leefstijl belangrijk. En specifiek over het gebruik van suiker. De westerse wereld kampt met een toename van welvaartsziekten, zoals overgewicht. Suiker Unie voelt zich geroepen om mee te denken over oplossingen daarvoor". Suikerunie denkt natuurlijk voornamelijk na over strategieën om meer suiker te verkopen dat is hun core business. 

Het is niet mijn intentie om deze merken en bedrijven te bashen. Ik drink met veel plezier een Heineken en hap af en toe ook een hamburger van McDonald's weg. Ik begrijp het wel. Je wilt als groot bedrijf iedereen pleasen. Op een gegeven moment raak je er waarschijnlijk een beetje in verstrikt. Daar komt bij dat deze concerns natuurlijk ook een personeelsbeleid hebben. Je werkt nu eenmaal liever bij een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt dan bij een onderneming die bijdraagt aan één van de grootste maatschappelijke problemen zoals obesitas. Verkopers van bier mogen nu nog overal reclame maken zolang ze werken aan voldoende zelfregulering. Als er teveel maatschappelijke onrust ontstaat door alcohol overlast wacht de regulering van de overheid. Dat zou de marketingmogelijkheden drastisch inperken. De vraag is dan ook of dit type marketing niet een doodlopende straat is. De antennes van de concerns vangen de vibes uit de samenleving op die worden vertaald en omgezet naar marketing communicatie. Duurzaamheid, gezondheid, zorg en milieu zijn wereldwijd belangrijke thema's geworden. Dat levert dit soort tegenstrijdige verhalen op. Vaak wellicht ook om zich in te dekken tegen mogelijke procedures in de toekomst. Ik denk dat verkopers van alcohol, brandstof, vet en suiker daarbij een schrikbeeld hebben van de processen die zijn gevoerd tegen de tabaksindustrie. Het bleek met behulp van marketing communicatie campagnes mogelijk te zijn om maatschappelijk aanvaard gedrag als roken om te buigen naar maatschappelijk onaanvaardbaar gedrag. Er werden processen gevoerd en gewonnen. Dat was lange tijd niet voor mogelijk gehouden. 

We zijn het gewoon gaan vinden dat concerns ons adviseren om minder van hun producten af te nemen en daarbij de grenzen van de geloofwaardigheid verkennen. Dat dit lukt is op zich zelf al een marketingsucces. Maar misschien is het toch wel niet zo gewoon.

vrijdag 14 februari 2014

Het internet en de crisis sloopten de positie van de merkenbouwers.


Er was een tijd dat het bouwen van merken top of mind was. Het waren de jaren tachtig en negentig van alweer de vorige eeuw. Was er toen Twitter geweest dan was merkenbouwer vast en zeker een categorie geworden van Peerreach. Het was de tijd waarin merkenbouwers succesvol waren en aanzien genoten. Creatieven werden korte tijd zelfs BNers. 

Het was de tijd dat je rustig kon vertellen dat je in de reclame zat. De tijd van de zwanen van KLM, BMW maakte rijden geweldig en Paul Meijer en Karel Beyen wist zelfs van Mazda een sexy merk te maken met reclameprijzen tot ver over de landsgrenzen. Centraal beheer legde in die tijd de basis voor de legendarische “even Apeldoorn bellen campagne”. 

Hoe anders ziet het marketingcommunicatie slagveld er uit in 2014. Reclamebureaus zijn qua personele bezetting gedecimeerd en internet marketing en social media zijn het gesprek van de dag. Als je niet twittert heb je als merk geen engagement meer met je audience zeggen ze. Contentmarketing is de toekomst en zonder Facebook ben je hulpeloos. Storytelling is hot en je positie op eerste pagina van Google is bijkans heilig. 

Maar is dat ook echt zo. Wat is er gebeurd met het stelselmatig en duurzaam bouwen van meerwaarde rondom het product of de dienst, met het formuleren van een samenhangende marketing communicatie strategie die leidt naar een waarde positie in het brein van de klant. Wat is er gebeurd met de merkenbouwers? Het antwoord ligt besloten in de opkomst van het internet en een financiële crisis die nu al vijf jaar voortwoekert. Met de komst van het internet zijn er talloze partijen opgestaan die zich richten op niches in de marketing communicatie. In tijden van crisis wordt de nadruk gelegd op de korte termijn. 

De verkopen via het internet zijn vooral prijs gedreven. Google als mastermind achter alle vergelijkingsmogelijkheden zorgt voor een ongekende prijstransparantie. Consumenten hebben, geholpen door websites, aanbevelingen en referenties, prijsvergelijken tot kunst verheven. De concurrentie op prijs lijkt zich daarmee naar een soort van kookpunt te ontwikkelen. 

De spiraal van geld verdienen loopt neerwaarts met meer kortingen, minder marge met als resultaat minder merk. Prijsproposities doen niets anders dan parasiteren op gecreëerde merkwaarde uit het verleden. Dit proces voltrekt zich net zolang totdat de koek op is en er niets anders rest dan de ramsj. Nu het einde van de crisis in zicht is moet er weer ruimte komen om te investeren in het merk en het merk zodanig te laden dat het klaar is om de volgende crisis te weerstaan.

De traditionele spelers op het gebied van merkenbouwen zijn nog steeds de reclamebureaus. Ze zijn tijdens de crisis weliswaar kleiner geworden en minder sexy maar ze maken nog steeds de dienst uit. Internationale opererende bureaugroepen als WPP en de Publicis Omnicom Group bezitten vrijwel alle grotere reclame- en internetbureaus in Nederland van TBWA tot LBi en Ogilvy tot DDB. 


De mannen en vrouwen van deze bureaus kunnen denk ik niet wachten om weer aan de slag te gaan met het bouwen, verbouwen en toekomst bestendig maken van merken. Naar verwachting is in 2020 de transitie van offline naar online voltooid. Online en offline zijn dan weg. Wat blijft is het merk met een eigen unieke en onvervreemdbare waarde positie in het brein van de klant.

dinsdag 10 december 2013

Zonder Coca Cola was de kerstman nog steeds een kabouter. Storytelling, het blijft natuurlijk wel reclame.

Coca Cola eigende
zich de kerstman toe
Communicatiemensen zijn goed in het verzinnen van verhalen. Storytelling heet dat nu. Die verhalen zou je vrij vertaald campagnethema's kunnen noemen. Ik begrijp dat ik daar alle inmiddels gecertificeerde storytellers mee te kort doe. Campagnethema's bestaan immers al sinds er spullen verkocht moeten worden en zijn de kapstok, ruggengraat of het hart van elke communicatie campagne, terwijl storytelling iets lijkt van het nu. Elk decennium kent zijn eigen communicatie jargon, zijn eigen story zal ik maar zeggen. Campagnethema's worden tot leven gebracht via verschillende kanalen. Van Billboard tot TV commercial van folder tot verpakking en tegenwoordig ook steeds vaker met gebruik van het internet. 

Campagnethema's zijn bedoeld om een merk te laden tussen de oren van de consument met componenten als waarde, emotie, betrouwbaarheid en kwaliteit. Simpeler gezegd met laden met toegevoegde waarde. Een goed campagnethema is authentiek, onvervreemdbaar en moet uitgewerkt kunnen worden naar verschillende kanalen. Doe je dit consistent, dan kun je over een periode van jaren een merk opbouwen. Een goed geladen merk zorgt er voor dat producenten meer geld kunnen vragen voor simpele producten als een flesje olijfolie, een blikje suikerwater, bier, scheermesjes, een flesje geurwater of een pakje sigaretten. 

Het is een wat simpele benadering maar deze grondregels van het merken bouwen lijken in het huidige decennium steeds meer op de achtergrond te raken. Een goed geladen merk zorgt dat de kassa rinkelt en is op zichzelf daarom al geld waard. Wat ik bedoel met het laden van een merk kan ik het best uitleggen aan de hand van muziek. Een track kan onlosmakelijk verbonden worden aan een belevenis. Dat gevoel kennen we vrijwel allemaal. Die zomerhit van 2008 of dat nummer dat ze draaiden toen je je partner leerde kennen. In veel gevallen is muziek in staat om zeer sterke gevoelens op te roepen. Natuurlijk geldt dit ook voor beelden en geuren. De geur van bijvoorbeeld vers gemaaid gras roept alleen al talloze beelden en gevoelens op. Merken maken gebruik van deze technieken door het beeld te laden met de juiste gevoelens, muziek is daar vaak een onderdeel van. Worden die gevoelens eenmaal opgeroepen dan zijn we zomaar bereid meer te betalen voor een flesje suikerwater dan de reële prijs. 

Dat laden van een merk met een campagnethema levert ons verrassende beelden op. Vrouwen laten zich nog steeds tot aankoop verleiden door gefotoshopte modellen. Een pakje sigaretten bracht ons naar Marlboro Country een land vol rokende cowboys. Een flesje olijfolie bracht ons in contact met de familie Bertolli en zonder Coca Cola was de Kerstman nog gewoon een kabouter. Allemaal geconstrueerde beelden en verhalen. Of zijn het gewoon leugens? De mogelijkheden van het internet en meer specifiek het gebruik van de social media sites stelt communicatiemensen voor nieuwe uitdagingen. Dat geldt evenzeer voor de ontstane transparantie. Google verteld ons alles, ook achter de schermen. Enige terughoudendheid met het construeren van een story lijkt daarom geboden. 


De Marlboro man zou hij ooit
een koe hebben gezien?
Voor een bekend merk dat aanwezig is op Facebook, Twitter of Youtube is populariteit belangrijk. Een bekend merk met 200 volgers is een beetje vreemd. Dat kan tegenwoordig makkelijk opgelost worden. Met het kopen van Likes, volgers, referenties en reviews koop je aanzien. Je kunt ze per honderdduizenden tegelijk bestellen. Naar mijn overtuiging zijn er voldoende grote merken die met enige regelmaat een paar duizend volgertjes of likes bijkopen. Waarom? Omdat het kan en omdat de macht van de getallen op het internet regeert. Op Twitter circuleren getallen dat 20% van alle volgers op Twitter inmiddels spam is. Ik vraag me af of die spamvolgers op Twitter niet gewoon gekochte volgers zijn die door de een of andere klickfarm in Vietnam zijn geproduceerd. We zijn het er over eens dat het kopen van likes, volgers of positieve referenties een vorm van bedrog is. Maar wat is bedrog? Wanneer wordt een verhaal een leugen en waar ligt die grens? De Kerstman is al sinds jaar en dag de grootste fan van Coca Cola en natuurlijk houdt iedereen van de Italiaanse familie Bertolli. We vertellen niet dat de kerstman in zijn huidige vorm een verzinsel is van een reclameman en dat het flesje olijfolie geproduceerd wordt in een Unilever fabriek vol met roestvast stalen buizen, ketels en rokende schoorstenen. Het cowboy concept van Marlboro is volledig ontsproten uit het brein van een creatieve reclamemaker. Is er overigens iemand die heeft gecontroleerd of Roger Federer zich echt scheert met mesjes van Gillette? 

De familie Bertolli. 
Spaanse acteurs.
Wanneer creatieve marketeers eenmaal op het gelegitimeerde leugenpad van een campagne zitten hoe klein is dan de stap naar het kopen van likes, volgers of referenties? Welk onderdeel van een campagne is nu precies waar en welk onderdeel niet. We meten met verschillende maten en hebben dus allemaal een beetje boter op het hoofd. Genoemde campagne voorbeelden hebben niets te maken met het kopen van likes. Het is ook maar een willekeurige greep uit de mogelijkheden. Ik noem deze campagnes alleen omdat ze de grenzen van de werkelijkheid betreden, immers de familie Bertolli bestaat niet. Voor zover mijn kennis strekt zijn het Spanjaarden die optreden in een commercial die in Spanje is geschoten. In Italie heet Bertolli gewoon Knorr. De echte cowboys hebben al helemaal niets te maken met sigaretten. De getoonde mannen zijn naar alle waarschijnlijk allemaal nauwkeurig geselecteerde fotomodellen. De eerste filtersigaret werd pas in 1930 geïntroduceerd en de Kerstman in zijn huidige vorm is een uitvinding van een reclametekenaar die werkte voor Coca Cola. Daarvoor bestond de kerstman al wel maar was het een kabouter. Met kabouters verkoop je kennelijk geen cola.

Als dit artikel je interesse heeft gewekt dan ben je waarschijnlijk ook geïnteresseerd in dit artikel; Wat marketeers kunnen leren van *Sinterklaas.